Fiscale voorziening transitievergoeding

Sinds juli 2015 is er een nieuwe (wettelijke) regeling voor ondernemers / werkgevers die een werknemer ontslaan. De vergoeding wordt volgens nieuwe regels vastgesteld, de zogenaamde transitievergoeding. Dit is de vervanger van de bekende kantornrechtersformule.

De transitievergoeding

Een werkgever is een transitievergoeding verschuldigd bij de beëindiging van een dienstverband van een werknemer die 2 jaar of langer in dienstbetrekking is. De vraag is of u als werkgever ooit een dergelijke vergoeding zou moeten betalen. Het lijkt een redelijke zekerheid, hoewel we de omvang niet kennen. Er zou binnen de fiscale wereld gesteld kunnen worden dat de last voorzienbaar is (de omvang is lastig te bepalen).

Transitievergoeding bij vast dienstverband

Bij een vast dienstverband is het ontslag eigenlijk niet voorzienbaar. Een voorziening voor dergelijke werknemers is niet direct voorzienbaar, tenzij u (als werkgever) voornemende bent om een reorganisatie uit te voeren. In dergelijke gevallen is een reorganisatievoorziening te overwegen. Als er bij een werkgever regelmatig mensen worden ontslagen, zou een voorziening wellicht verdedigbaar zijn, edoch ... lastig ..

Transitievergoeding bij tijdelijk dienstverband

Als een werknemer 2 jaar of langer een tijdelijk dienstverband heeft, dan is de transitievergoeding verschuldigd. De vergoeding bedraagt 1/3 maandsalaris per dienstjaar. De vraag is of er een voorziening kan worden gevormd voor de werknemers. De vergoeding lijkt redelijk voorzienbaar en kan bedrijfseconomisch aan het jaar worden toegerekend (mits in dat jaar de werknemer in dienstbetrekking was). De Belastingdienst kan tegen de voorziening een aantal argumenten inbrengen:

  1. Redelijke kans vereiste: de dienstverbanden kunnen worden verlengd: dit lijkt niet redelijk, immers de werkgever mag op grond van goed koopmansgebruik haar eigen inschatting maken (de Belastingdienst moet niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten). De ondernemer mag wel een kansberekening maken (welke contracten worden verlengd en welke niet?).
  2. Oorsprongsvereiste: de oorsprong van het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst is gelegen in het feit dat men afscheid neemt van elkaar. Dit standpunt lijkt niet redelijk en is aardig te vergelijken met de voorziening voor een jubileum. Daarnaast is een werknemer met een tijdelijk contract feitelijk duurder, de werkgever weet immers dat hij de vergoeding zou moeten betalen bij een dienstverband van tijdelijke aard. Economisch zijn de kosten dus hoger.
  3. Toerekeningsvereiste: het betreft een vergoeding voor te derven loon in de toekomst en / of het zoeken naar nieuw werk.

 

Bovenstaande standpunten (1-3) zijn al door de Belastingdienst ingenomen bij een vooroverleg tussen de Belastingdienst en een werkgever.

Omvang transitievoorziening

Stel, u heeft 10 mensen in dienstbetrekking (met tijdelijke contracten voor 2 jaar). Het maandloon bedraagt € 3.000. De transitievergoeding bedraagt 1/3 x € 3.000 x 2 = € 2.000 per werknemer, bij 10 werknemers derhalve € 20.000. Over 2015 is de last dan € 10.000 (mits werknemers 1 jaar in dienst, anders tijdsevenredig).

Tenslotte

Er is op dit moment nog geen jurisprudentie over dit onderwerp. De Belastingdienst is ook nog zoekende. Het standpunt om een voorziening om te nemen voor een transitievergoeding bij tijdelijke contracten lijkt redelijk (tenzij u de kosten kunt afwentelen op uw opdrachtgever, zoals bij uitzendbureau's).


Auteur(s) van fiscale voorziening transitie vergoeding


mr. D.J.B. Jongbloed Dennis).
Fiscaal Jurist, DGA

088 027 00 00
d.jongbloed@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Oldenzaalsestraat 125
7514 DP Enschede
, Overijssel

Meer over Jongbloed Fiscaal juristen

Twitter Updates

Volg ons op: