Auto achter het slot en geen bijtelling

Op de balans van een holding-vennootschap (aandeelhouder van een groep) staat een auto op de balans. Voor deze auto wordt geen kilometeradministratie bijgehouden. De inspecteur is van mening dat er dus een bijtelling moet worden toegepast. De rechter denkt hier anders over. De auto is niet ter beschikking gesteld aan een werknemer. Het enkele feit dat er een auto van de zaak wordt gebruikt wil namelijk nog niet zeggen dat er sprake is van privégebruik of een terbeschikkingstelling. De inspecteur heeft niet aangetoond dat de auto aan een werknemer ter beschikking is gesteld voor privégebruik. Conclusie: geen bijtelling.

De procedure over de auto van de zaak

X B.V. is een holding welke aan het hoofd staat van een groep van vennootschappen. De B.V. heeft als activiteiten het beheren, exploiteren en de handel in vastgoed. In 2007 tot en met 2011 heeft de B.V. een auto op naam staan. Er is geen privégebruik aangegeven voor deze auto. Bij de B.V. zijn 3 werknemers in dienstbetrekking. De inspecteur legt naheffingsaanslagen loonheffing met een boete van 50% op, vorenstaande in verband met privégebruik door de werknemers.

De rechtbank stelt het volgende vast:

  • De werknemers hebben de auto gebruikt.
  • De auto wordt niet voor woon / werk gebruikt.
  • De auto staat bij het kantoor achter een afgesloten hek.
  • De sleutels van de auto worden in een kluis bewaard.
  • Er zijn 12 signaleringen (flitsauto) waaruit volgt dat de auto buiten werktijd is gebruikt, de belastingplichtige heeft aangetoond dat dit zakelijk gebruik is geweest.
  • De inspecteur heeft niet aangetoond dat de auto ter beschikking is gesteld aan werknemers voor privégebruik.

Wat betreft de vraag op wie de bewijslast rust dat de auto ter beschikking is gesteld, heeft de Hoge Raad in zijn uitspraak van 13 augustus 2010 nr. 08.03782, LJN: BN3831 het volgende overwogen:

  • De inspecteur dient aannemelijk te maken dat de auto aan de betrokken belastingplichtige ter beschikking was gesteld. Indien de inspecteur daarin slaagt, geldt ingevolge artikel 3.145, lid 1, Wet IB het vermoeden dat die auto ook voor privédoeleinden ter beschikking stond. Dit vermoeden houdt stand tenzij de belastingplichtige doet blijken dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 km voor privédoeleinden is aangewend (…).
  • Deze bewijslastverdeling heeft eveneens te gelden bij artikel 13bis Wet LB 1964, dat artikel 3.145, eerste lid, van de Wet IB 2001 (vervallen) heeft vervangen. Anders dan verweerder kennelijk veronderstelt, staat de vraag of een auto ter beschikking is gesteld los van de (vervolg)vraag of een auto wel of niet als een onder artikel 13bis, vijfde lid, van de wet LB 1964 genoemde bestelauto kan worden aangemerkt.

Uit het weergegeven arrest volgt slechts dat, indien de inspecteur erin slaagt te bewijzen dat de auto aan de betrokkenen ter beschikking is gesteld, het vermoeden geldt dat die auto ook voor privédoeleinden ter beschikking stond. De inspecteur heeft het privégebruik in deze casus niet aangetoond.

Proceskostenvergoeding

Er wordt aan belastingplichtige ook een proceskostenvergoeding toegekend van ruim € 2.000. De overwegingen hierover zijn best aardig, deze zijn:

  • De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres heeft verzocht om verweerder te veroordelen in de werkelijke proceskosten. Ingevolge artikel 2, derde lid, van het Besluit kan op grond van bijzondere omstandigheden van de hiervoor gegeven berekening van de te vergoeden proceskosten worden afgeweken. Voor een toekenning van een proceskostenvergoeding in afwijking van de forfaitaire bedragen van het Besluit is grond indien het bestuursorgaan het verwijt treft dat het een beschikking of uitspraak geeft respectievelijk doet of in rechte handhaaft, terwijl op dat moment duidelijk is dat die beschikking of uitspraak in een (de) daartegen ingestelde procedure geen stand zal houden (zie Hoge Raad 13 april 2007, nr. 41 235, BNB 2007/260). Ook in andere gevallen kan aanleiding bestaan om, alle (bijzondere) omstandigheden van het geval in aanmerking nemend, af te wijken van de forfaitaire bedragen van het Besluit, bijvoorbeeld omdat de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslag in vergaande mate onzorgvuldig heeft gehandeld (vgl. Hoge Raad, 4 februari 2011, nr. 09/02123, BNB 2011/103).
  • De rechtbank is niet aannemelijk geworden dat ten tijde van de uitspraak op bezwaar duidelijk was dat de onderhavige aanslag geen stand zou houden in een daaropvolgende beroepsprocedure. Van (in verregaande mate) onzorgvuldig handelen van verweerder is in de gegeven omstandigheden evenmin sprake. Tot aan deze beroepsprocedure hield partijen verdeeld het antwoord op de vraag of de auto ter beschikking was gesteld aan de werknemers van eiseres. Het door verweerder ingenomen standpunt is niet dermate onpleitbaar dat moet worden gesproken van een bijzondere omstandigheid in voornoemde zin.
  • Bij deze stand van zaken is tussen partijen niet in geschil dat eiseres recht heeft op een forfaitaire proceskostenvergoeding op basis van het Besluit voor zowel het bezwaar als het beroep. De rechtbank stelt de vergoeding voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.121 (2 punten met een waarde van elk € 235 voor het indienen van een bezwaarschrift c.q. het verschijnen op de hoorzitting, 2 punten met een waarde van elk € 472 voor het indienen van een beroepschrift c.q. het verschijnen op de zitting en een wegingsfactor van 1,5 voor 4 samenhangende zaken). Overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn gesteld noch gebleken.

Bron

Rechtbank Noord Holland d.d. 21 oktober 2013.


Meer weten van auto achter het slot geen bijtelling



Auteur(s) van auto achter het slot geen bijtelling


mr. D.J.B. Jongbloed Dennis).
Fiscaal Jurist, DGA

088 027 00 00
d.jongbloed@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Oldenzaalsestraat 125
7514 DP Enschede
, Overijssel

Meer over Jongbloed Fiscaal juristen

Tips & Tricks

Twitter Updates

Volg ons op: