Verbouwingsovereenkomst
Artikel 1: Verplichtingen van de opdrachtgever
1. De opdrachtgever zorgt ervoor dat de aannemer tijdig kan beschikken
over de gedeelten van de woning waaraan het werk zal worden uitgevoerd.
Als de
aannemer voor of uiterlijk bij het sluiten van de overeenkomst aan de
opdrachtgever heeft medegedeeld dat het voor de uitvoering van het werk
noodzakelijk is dat de woning geheel of gedeeltelijk wordt ontruimd, zorgt
de opdrachtgever tijdig voor die ontruiming. Voor of uiterlijk bij het
sluiten van
de overeenkomst stellen opdrachtgever en aannemer vast welke mogelijkheden
er zijn om de voor de uitvoering van het werk benodigde bouwmaterialen
op te slaan.
2. De opdrachtgever zorgt er voor dat de aannemer kan beschikken over elektriciteit, gas en water.
3. De kosten van elektriciteit, gas en water ten behoeve van de uitvoering van het werk zijn voor rekening van de opdrachtgever.
4. De opdrachtgever kan tijdens de uitvoering van het werk, door derden
werkzaamheden of leveringen laten plaatsvinden. Zodra de opdrachtgever
van die
bevoegdheid gebruik wil maken, informeert hij de aannemer. De opdrachtgever
zorgt ervoor, dat de door derden uit te voeren werkzaamheden en leveringen
zodanig en zo tijdig worden verricht, dat de uitvoering van het werk daardoor
niet wordt belemmerd of vertraagd.
5. De opdrachtgever staat in voor de bouwmaterialen die hij met het oog op de uitvoering van het werk aan de aannemer ter beschikking stelt.
6. Als het werk wordt uitgevoerd naar een door of namens de opdrachtgever
vervaardigd ontwerp, staat de opdrachtgever in voor de deugdelijkheid van
dat
ontwerp, tenzij de aannemer die verantwoordelijkheid uitdrukkelijk van
de opdrachtgever heeft overgenomen.
7. De in het vijfde en zesde lid omschreven verantwoordelijkheden van
de opdrachtgever laten de waarschuwingsplicht van de aannemer, als bedoeld
in
artikel 2 lid 10, onverlet.
8. Onverminderd het bepaalde in artikel 2 lid 5, draagt de opdrachtgever
het risico van het door de aannemer aantreffen van een zaak die een wezenlijke
belemmering of bemoeilijking van de uitvoering betekent, behoudens voor
zover de aannemer redelijkerwijs van de aanwezigheid van die zaak op de
hoogte was of op
de hoogte behoorde te zijn. Doet zich een dergelijke belemmering of bemoeilijking
voor, dan treden aannemer en opdrachtgever met elkaar in overleg over de
gevolgen daarvan.
Artikel 2: Verplichtingen van de aannemer
1. De aannemer is verplicht het werk goed en deugdelijk en naar de bepalingen
van de overeenkomst uit te voeren. Met inachtneming van artikel 1 lid 5,
staat
de aannemer in voor de goede hoedanigheid van de bouwstoffen, voor de geschiktheid
voor hun bestemming en voor hun tijdige levering.
2. De aannemer staat in voor de deugdelijkheid van het door of namens
hem vervaardigde ontwerp. De omstandigheid dat het ontwerp door of namens
de
aannemer is vervaardigd op basis van een van de opdrachtgever afkomstig
schetsontwerp, of daaraan gelijk te stellen ontwerpvoorstel, leidt niet
tot een
vermindering van deze verantwoordelijkheid.
3. De uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat de totstandkoming van het werk binnen de overeengekomen termijn gewaarborgd is.
4. De voor de totstandkoming van het werk benodigde bouwvergunning word door de aannemer aangevraagd. Voor rekening van de opdrachtgever komen de kosten die in samenhang met de aanvraag van de bouwvergunning aan de overheid en aan andere instanties verschuldigd zijn.
5. Als de aard van het werk hiertoe aanleiding geeft, stelt de aannemer
zich voor de aanvang van het werk op de hoogte van de ligging van ondergrondse
kabels
en leidingen.
6. Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor risico van de aannemer
met ingang van het tijdstip van aanvang tot en met de dag waarop het werk
is
opgeleverd of geacht kan worden te zijn opgeleverd.
7. De aannemer wordt geacht bekend te zijn met de voor het werk van
belang zijnde overheidsvoorschriften en voorschriften van nutsbedrijven,
voor zover
deze op de dag van de totstandkoming van de overeenkomst gelden. De aan
de naleving van deze voorschriften verbonden gevolgen zijn voor zijn rekening.
8. De aannemer kan onderdelen van het werk in onderaanneming laten uitvoeren, maar blijft voor die onderdelen volledig verantwoordelijk.
9. De aannemer is aansprakelijk voor schade aan de eigendommen van de
opdrachtgever, voor zover de opdrachtgever aantoont dat deze door de uitvoering
van het werk is toegebracht, tenzij die schade het gevolg is van een omstandigheid
die niet aan de aannemer is toe te rekenen. De aannemer vrijwaart de opdrachtgever
tegen aanspraken van derden tot vergoeding van schade, voor zover de opdrachtgever
aantoont dat deze schade door de uitvoering van het werk is toegebracht,
tenzij die schade het gevolg is van een omstandigheid die niet aan de aannemer
is toe te rekenen.
10. De aannemer is verplicht de opdrachtgever te wijzen op onvolkomenheden
in het door of namens de opdrachtgever vervaardigde ontwerp en in de door
hem ter
beschikking gestelde bouwmaterialen, een en ander voor zover de aannemer
deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Als de aannemer de in
dit lid omschreven verplichting niet nakomt, is hij voor de schadelijke
gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk.
11. Als de opdrachtgever de aannemer verzoekt om de toepassing van bepaalde
werkwijzen of bouwmaterialen, anders dan de in lid 10 bedoelde bouwmaterialen,
dan wel aan de aannemer verzoekt bouwmaterialen bij een bepaalde leverancier
te betrekken, blijft de verantwoordelijkheid voor de betreffende werkwijzen,
bouwmaterialen en leveranciers bij de aannemer berusten, tenzij de opdrachtgever
ondanks een door de aannemer gegeven waarschuwing, heeft volhard in zijn
verzoek.
12. De aannemer is verplicht tegen de risico's, als omschreven in de leden 6 en 9 van dit artikel, voldoende verzekerd te zijn.
Artikel 3: Oplevering
1. De aannemer deelt tijdig voor voltooiing van het werk aan de opdrachtgever
mee op welke datum het werk gereed is voor oplevering.
2. Onder oplevering wordt verstaan de datum waarop het werk aan de opdrachtgever
wordt opgeleverd, nadat een rapport van eventuele tekortkomingen
is opgemaakt en door partijen is ondertekend.
3. Een tekortkoming die door de aannemer niet wordt erkend wordt in het opleveringsrapport als zodanig vermeld.
4. De bij oplevering geconstateerde en erkende tekortkomingen worden
zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 15 werkbare werkdagen, hersteld.
Deze
termijn geldt ook als de aannemer besluit om een door hem aanvankelijk
niet erkende tekortkoming alsnog te herstellen.
5. Als gelet op de aard of omvang van de tekortkomingen in redelijkheid
niet van oplevering kan worden gesproken, zal de aannemer na overleg met
de
opdrachtgever een nieuwe datum noemen waarop het werk gereed zal zijn voor
oplevering.
6. Bij overschrijding van de overeengekomen bouwtijd is de aannemer
een gefixeerde schadevergoeding aan de opdrachtgever verschuldigd van € 50,-
per
kalenderdag tot de dag waarop het werk aan de opdrachtgever wordt opgeleverd.
Als door de aannemer een dag van oplevering is aangekondigd die ligt
binnen de overeengekomen bouwtijd, doch op die dag blijkt dat in redelijkheid
niet van oplevering kan worden gesproken, is de in de vorige zin bedoelde
schadevergoeding vanaf die dag verschuldigd.De schadevergoeding is zonder
ingebrekestelling verschuldigd en kan worden verrekend met hetgeen de aannemer
nog toekomt.
7. Als de mededeling dat het werk zal worden opgeleverd op een dag die
ligt binnen de overeengekomen bouwtijd, nadien door de aannemer wordt herroepen,
is
hij de in het vorige lid bedoelde schadevergoeding verschuldigd vanaf de
aangekondigde dag van oplevering tot de dag waarop het werk aan de opdrachtgever
wordt opgeleverd, tenzij de aannemer aannemelijk maakt dat de opdrachtgever
als gevolg van het herroepen geen nadeel ondervindt.
8. Indien de termijn, waarbinnen het werk zal worden opgeleverd, is
uitgedrukt in werkbare werkdagen, wordt onder werkdag verstaan een kalenderdag,
tenzij deze valt op een algemeen of ter plaatse van het werk erkende, of
door de overheid dan wel bij of krachtens collectieve arbeidsovereenkomst
voorgeschreven
rust- of feestdag, vakantiedag of andere niet individuele vrije dag. Werkdagen
respectievelijk halve werkdagen, worden als onwerkbaar beschouwd, wanneer
daarop door niet voor rekening van de aannemer komende omstandigheden gedurende
tenminste 5 uren, respectievelijk tenminste 2 uren, door het grootste deel
van de arbeiders of machines niet kan worden gewerkt.
Artikel 4: Serviceperiode
Na de oplevering geldt een serviceperiode van 3 maanden.De aannemer zal
tekortkomingen die in de serviceperiode worden ontdekt herstellen, met
uitzondering van die waarvan hij aannemelijk maakt dat de oorzaak daarvan
is toe te rekenen aan de opdrachtgever.
Artikel 5: Aansprakelijkheid na afloop van de serviceperiode
1. Na de serviceperiode is de aannemer niet meer aansprakelijk voor tekortkomingen
aan het werk tenzij:
a. het werk of enig onderdeel daarvan een tekortkoming bevat die door de
opdrachtgever redelijkerwijs niet eerder dan op het tijdstip van ontdekking
onderkend had kunnen worden;
b. het werk of enig onderdeel een ernstige tekortkoming heeft. Een tekortkoming
is slechts als ernstig aan te merken als die de hechtheid van de constructie
of een wezenlijk onderdeel daarvan aantast of in gevaar brengt, hetzij
het werk ongeschikt maakt voor zijn bestemming.
2. De opdrachtgever zal van een tekortkoming binnen redelijke termijn na de ontdekking mededeling aan de aannemer doen.
3. De rechtsvordering uit hoofde van een tekortkoming als bedoeld in het eerste lid onder a, is niet ontvankelijk als zij wordt ingesteld na 5 jaren na afloop van de serviceperiode.
4. De rechtsvordering uit hoofde van een tekortkoming als bedoeld in het eerste lid onder b, is niet ontvankelijk als zij wordt ingesteld na 20 jaren na afloop van de serviceperiode.
Artikel 6: Stillegging van het werk
1. De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk geheel of gedeeltelijk
stil te leggen.
2. Op initiatief van de opdrachtgever regelen partijen de gevolgen van de stillegging.
3. Als niet anders wordt afgesproken, geldt het volgende:
- de kosten van voorzieningen die de aannemer ten gevolge van de stillegging
moet treffen worden aan hem vergoed;
- schade die de aannemer ten gevolge van de stillegging lijdt wordt aan
hem vergoed;
- duurt de stillegging langer dan 14 dagen, dan heeft de aannemer recht
op betaling van het uitgevoerde werk;
- duurt de stillegging van het werk langer dan 1 maand, dan is de aannemer
bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. In dat geval wordt
door
partijen door middel van een gezamenlijke opneming de omvang en de toestand
van het uitgevoerde werk vastgelegd en wordt afgerekend overeenkomstig
het bepaalde
in artikel 7.
4. De in het tweede en derde lid omschreven gevolgen treden niet in als de stillegging het gevolg is van een tekortkoming in de nakoming door de aannemer.
Artikel 7: Opzegging
De opdrachtgever is bevoegd de overeenkomst geheel of gedeeltelijk op
te zeggen. Tenzij het bepaalde in artikel 6 lid 4 of artikel 12 van toepassing
is,
heeft de aannemer recht op de aanneemsom, vermeerderd met de kosten tot
behoud van het werk en verminderd met de hem door de beëindiging bespaarde
kosten.
Ingeval van een dergelijke opzegging zendt de aannemer de opdrachtgever
een gespecificeerde eindafrekening. Met het oog op die eindafrekening wordt
door
partijen door middel van een gezamenlijke opneming de omvang en de toestand
van het uitgevoerde werk vastgelegd.
Artikel 8: Meer- en minderwerk
1. De opdrachtgever kan de aannemer verzoeken wijzigingen in het werk aan
te brengen. De aannemer verstrekt zo spoedig mogelijk na het verzoek schriftelijke
opgave van de prijs van de wijziging en de gevolgen voor de datum waarop,
of de termijn waarbinnen, het werk moet worden opgeleverd. Bij gebreke
van een
schriftelijke opdracht rust het bewijs van de wijziging op degene die de
aanspraak op verrekening maakt.
2. Als bij de eindafrekening van het werk blijkt dat het totaalbedrag
van het minderwerk het totaalbedrag van het meerwerk overtreft, heeft de
aannemer recht
op een bedrag gelijk aan 10% van het verschil van die totalen.
3. Stelposten zijn in de overeenkomst genoemde bedragen die in de aanneemsom
zijn begrepen en die bestemd zijn voor hetzij
- het aanschaffen van bouwstoffen, hetzij
- het aanschaffen van bouwstoffen en het verwerken daarvan, hetzij
- het verrichten van werkzaamheden,
die op de dag van de overeenkomst onvoldoende nauwkeurig zijn bepaald en
die door de opdrachtgever nader moeten worden ingevuld.
Ten aanzien van iedere stelpost wordt in de overeenkomst vermeld waarop
deze betrekking heeft.
4. Als de aard van de stelpost niet of niet voldoende is gespecificeerd, wordt die geacht uitsluitend betrekking te hebben op de aanschaf van bouwstoffen.
5. Als een stelpost uitsluitend betrekking heeft op de aanschaf van
bouwstoffen, zijn de kosten van verwerking van die bouwstoffen in de aanneemsom
begrepen.
6. Bij de ten laste van stelposten te brengen uitgaven wordt gerekend
met de aan de aannemer berekende prijzen. Tenzij anders overeengekomen
is de
opdrachtgever hierover een aannemersvergoeding van 10% verschuldigd. Deze
vergoeding wordt eveneens ten laste van de stelpost gebracht.
Artikel 9: Betaling; betaling in termijnen; eindafrekening
1. Bij het verschuldigd worden van een termijn stuurt de aannemer een rekening
aan de opdrachtgever. Deze rekening moet binnen 2 weken na ontvangst
worden betaald.
2. Binnen een redelijke termijn na de oplevering stuurt de aannemer
een gespecificeerde eindafrekening aan de opdrachtgever. Het saldo daarvan
moet
binnen 4 weken na ontvangst worden betaald.
3. De opdrachtgever heeft het recht om vanaf de oplevering tot het einde
van de serviceperiode een percentage van de aanneemsom in te houden. Van
dit recht
kan de opdrachtgever alleen gebruik maken indien die inhouding in de overeenkomst
is vastgelegd.
Artikel 10: Opschorting van de betaling
Als het uitgevoerde werk niet voldoet aan de overeenkomst, dan wel in
het geval van niet nakoming, heeft de opdrachtgever het recht de betaling
geheel of
gedeeltelijk op te schorten. Het met de opschorting gemoeide bedrag moet
in redelijke verhouding staan tot de tekortkoming dan wel niet nakoming.
Artikel 11: In gebreke blijven van de opdrachtgever
1. Als de opdrachtgever een rekening niet tijdig betaalt, is hij met ingang
van de eerste dag na het verstrijken van de betalingstermijn de wettelijke
rente
verschuldigd over het bedrag van de rekening.
2. Als de opdrachtgever niet tijdig betaalt, kan de aannemer tot incasso
van de vordering overgaan, mits hij de opdrachtgever schriftelijk heeft
aangemaand
om alsnog binnen 7 dagen te betalen en die betaling is uitgebleven.
3. Als de opdrachtgever niet tijdig betaalt, kan de aannemer het werk
stilleggen tot het moment waarop betaling alsnog plaatsvindt, mits hij
de
opdrachtgever schriftelijk heeft aangemaand om alsnog binnen 7 dagen te
betalen en die betaling is uitgebleven. Deze stillegging staat er niet
aan in de weg dat
de aannemer vergoeding vordert van de schade en kosten die voortvloeien
uit het in gebreke blijven van de opdrachtgever. De aannemer zorgt er voor
dat de schade
en kosten binnen redelijke grenzen blijven.
4. Als tijdens het op grond van het vorige lid stilliggen van het werk
schade aan het werk ontstaat, komt deze niet voor rekening van de aannemer,
mits hij de
opdrachtgever tevoren schriftelijk heeft gewezen op dit aan het stilleggen
verbonden gevolg.
Artikel 12: In gebreke blijven van de aannemer
1. Als de aannemer zijn verplichtingen terzake van de aanvang of de voortzetting
van het werk niet nakomt, kan de opdrachtgever hem aanmanen om zo
spoedig mogelijk de uitvoering van het werk aan te vangen of voort te zetten.
De aanmaning dient bij voorkeur schriftelijk te gebeuren.
2. De opdrachtgever is bevoegd het werk door derden te doen uitvoeren
of voortzetten, als de aannemer na verloop van 7 werkdagen na ontvangst
van de in
het vorige lid bedoelde aanmaning in gebreke blijft.
3. In het in het vorige lid bedoelde geval heeft de opdrachtgever recht
op vergoeding van de uit het in gebreke blijven van de aannemer voortvloeiende
schade en kosten.
4. De opdrachtgever zorgt ervoor dat de kosten die voor de aannemer
voortvloeien uit de toepassing van de vorige leden binnen redelijke grenzen
blijven.
Artikel 13: Klachtenbehandeling
Als de opdrachtgever de aannemer van een tekortkoming aan het werk op de
hoogte stelt, is de aannemer verplicht om zo spoedig mogelijk aan de
opdrachtgever mede te delen of hij bereid is de tekortkoming te verhelpen.
Als hij daartoe niet bereid is, vermeldt hij de redenen daarvan.
Artikel 14: Geschillen
Alle geschillen die naar aanleiding van deze overeenkomst of van overeenkomsten
die daarvan een uitvloeisel zijn, tussen de opdrachtgever en de
aannemer mochten ontstaan, worden beslecht overeenkomstig de regels beschreven
in de Statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland,
zoals deze 3 maanden voor het tot stand komen van de overeenkomst luiden.
Toelichting Verbouwingsovereenkomst 1998
Waarvoor deze overeenkomst is bedoeld
Deze overeenkomst is bedoeld voor het verbouwen van een woning met een
vaste aanneemsom. Het gaat bijvoorbeeld om het veranderen van een badkamer,
het
realiseren van een dakkapel of het uitbouwen van een woonkamer. Het uitgangspunt
is, dat de aannemer het ontwerp maakt.Het begrip "woning" kan ruim worden
geïnterpreteerd. Zo kan deze overeenkomst ook worden gebruikt voor het
(ver)bouwen van een garage of berging bij een woning. Deze overeenkomst
is niet bedoeld voor het bouwen van een nieuwe woningen en ook niet voor
een verbouwing die door een architect wordt begeleid. Daar zijn andere
overeenkomsten voor.
Wat aan het sluiten van de overeenkomst vooraf gaat Voordat de overeenkomst
door de opdrachtgever en de aannemer kan worden ondertekend, moet duidelijk
zijn wat de verbouwing inhoudt en wat het gaat kosten (de aanneemsom).
Daarom gaat aan de overeenkomst vaak een offerte vooraf.
Over hetgeen door de aannemer wordt geoffreerd moet overeenstemming worden
bereikt om vervolgens een overeenkomst te kunnen sluiten. het is belangrijk
dat de opdrachtgever de overeenkomst niet ondertekent voordat hij de financiering
van de verbouwing heeft geregeld. Als de opdrachtgever
gebruik wil maken van bouwgarantie van de Stichting BouwGarant, moet hij
daar duidelijke afspraken met de aannemer over hebben gemaakt. Informeer
vóór de start van de verbouwing of uw opstal- en inboedelverzekering voldoende
dekking geeft tijdens de verbouwing. Een verbouwing kan bezwaarlijk zijn
voor buren. Het is vaak verstandig om in een vroeg stadium (voor het sluiten
van de overeenkomst) met hen te overleggen over het bouwplan. Dit voorkomt
wellicht dat met succes bezwaar wordt gemaakt tegen het bouwplan.De verbouwing
mag niet in strijd zijn met het burenrecht. Er mag bijvoorbeeld
iet over de perceelgrens of in strijd met een erfdienstbaarheid (zoals
een echt van overpad) worden gebouwd. Het is de taak van de opdrachtgever
om dit na
te gaan.Waar in de overeenkomst en de Algemene Voorwaarden (verder AV te
noemen) sprake is van een bouwvergunning wordt tevens bedoeld de instemming
met een melding, als het gaat om een meldingplichtig bouwwerk.
De schriftelijke overeenkomst
Het is belangrijk dat de overeenkomst volledig en juist wordt ingevuld
en dat waar sprake is van keuzemogelijkheden een keuze wordt gemaakt.
Als de opdrachtgever en de aannemer hebben afgesproken dat een percentage
van de aanneemsom tot het einde van de serviceperiode kan worden ingehouden,
moet dit in de overeenkomst worden vastgelegd (artikel 9 lid 3 AV).Alle
stukken, waarin staat beschreven of getekend wat de aannemer voor de vereengekomen
aanneemsom gaat uitvoeren, moeten duidelijk worden vermeld in punt 3 van
de overeenkomst. Deze stukken moeten door opdrachtgever en aannemer zijn
geparafeerd.
Als de opdrachtgever de overeenkomst tekent moet hij beschikken over de
Algemene Voorwaarden voor Verbouwingen 1998.
Verplichtingen van opdrachtgever en aannemer
Een deel van de verplichtingen van de opdrachtgever is geregeld in artikel
1 van de AV, die van de aannemer in artikel 2.De opdrachtgever moet zich
realiseren dat hij verantwoordelijk is voor door hem aan de aannemer ter
beschikking gestelde bouwmaterialen. Als hij eraan twijfelt of die bouwmaterialen
geschikt zijn voor de verbouwing, kunnen ze beter niet worden gebruikt.
Dit geldt zeker als de aannemer hem heeft gewaarschuwd. Als het ontwerp
voor de verbouwing van de opdrachtgever of een door hem ingeschakelde architect
afkomstig is, staat de opdrachtgever in voor fouten in het ontwerp. Dit
geldt niet als de aannemer hem daarop had moeten wijzen.Opdrachtgever en
aannemer kunnen ook afspreken (en schriftelijk vastleggen) dat de aannemer
de verantwoordelijkheid voor het door de opdrachtgever aangeleverde ontwerp
overneemt.De bouwvergunning wordt door de aannemer aangevraagd.De door
de gemeente voor de behandeling van een bouwvergunningaanvraag in rekening
te brengen kosten (leges) komen voor rekening van de opdrachtgever.Deze
kosten zijn soms aanzienlijk. Het is verstandig om voor het sluiten van
de overeenkomst bij de gemeente na te gaan hoe hoog die kosten zijn.Als
de aannemer onderdelen van de verbouwing in onderaanneming laat uitvoeren
(bijvoorbeeld loodgieterswerk) blijft hij daarvoor volledig verantwoordelijk
jegens de opdrachtgever.De opdrachtgever moet eventuele klachten over het
door de onderaannemer uitgevoerde werk bij de aannemer en dus niet rechtstreeks
bij de onderaannemer melden. De aannemer moet tijdens de bouw voldoende
verzekerd zijn.
Bouwtijd
Opdrachtgever en aannemer doen er verstandig aan duidelijk af te spreken
wanneer
wordt begonnen en wanneer het werk klaar moet zijn. In het contract kan
dat
worden ingevuld onder het kopje "aanvang en uitvoeringsduur". Daar moet
een
keuze gemaakt worden uit verschillende mogelijkheden. Kies voor de mogelijkheid,
die het best bij de situatie past. Voorbeeld: als de bouwvergunning er
nog niet
is, kan beter geen vaste begin- en opleveringsdatum worden ingevuld.
De afgesproken bouwtijd of een later door de aannemer concreet aangekondigde
datum voor oplevering mag niet door de aannemer worden overschreden. Gebeurt
dat
toch, dan is in artikel 3 van de AV een schadevergoedingsregeling opgenomen.
Als de bouwtijd is uitgedrukt in een aantal werkbare werkdagen ligt het
op de
weg van de aannemer om een registratie van (on-)werkbare dagen bij te houden.
Hij moet de opdrachtgever tussentijds kunnen inlichten over het nog beschikbare
aantal werkbare werkdagen. In artikel 3 lid 8 van de AV is aangegeven wat
onder
een onwerkbare dag moet worden verstaan.
Meer- en minderwerk/stelposten
De aanneemsom is de vaste prijs voor het afgesproken werk, maar de opdrachtgever
kan tijdens de verbouwing alsnog besluiten bepaalde dingen anders te laten
uitvoeren dan was afgesproken. In dat geval worden eventuele hogere of
lagere
kosten als meer- of minderwerk verrekend.
De aannemer moet de bijkomende of lagere kosten zo snel mogelijk schriftelijk
aan de opdrachtgever opgeven en ook aangeven of de bouwtijd wordt verlengd
door
de wijzigingen.
In de aanneemsom kunnen ook stelposten zijn opgenomen.
Stelposten zijn bedragen met het karakter van een "budget". Stelposten
worden
gebruikt:
- omdat een bepaald onderdeel van het werk nog niet kan worden begroot
(onvoldoende gegevens).
- omdat de opdrachtgever over een onderdeel van het werk nog geen
definitieve beslissing heeft genomen. Dat is vaak het geval bij smaakgevoelige
zaken, zoals een keuken, sanitair of tegelwerk.
Een stelpost moet worden benoemd. Bijvoorbeeld: stelpost aanschaf keuken,
stelpost leveren en aanbrengen tegelwerken, stelpost aanschaf sanitair.
Nadat de definitieve keuzen zijn gemaakt, worden de werkelijke door de
aannemer
betaalde kosten verhoogd met 10% vergoeding voor de aannemer en vervolgens
met
de stelpost verrekend. De opdrachtgever moet er rekening mee houden, dat
in
verband met die vergoeding voor de aannemer er netto slechts 100/110 deel
van de
stelpost besteedbaar is. Voorbeelden:
1. Stelpost aanschaf keuken € 4.537,80.
Wil men de stelpost niet overschrijden, is 100/110 van dat bedrag, dat
wil
zeggen € 4.125,28 netto besteedbaar voor aanschaf.
2. Als de keuken wordt gekocht voor € 4.537,80 wordt € 4.991,58 ten laste
van de stelpost gebracht. Gevolg: meerwerk € 453,78.
3. Als er een stelpost aanschaf keuken € 4.537,80 is afgesproken en de
keuken wordt gekocht voor € 3.630,24 wordt € 3.993,27 ten laste van de
stelpost gebracht. Gevolg: minderwerk € 544,54.
Afhankelijk van de gemaakte keuzen en van het oorspronkelijk gekozen budget
kan
er dus sprake zijn van een overschrijding of onderschrijding van de stelpost.
Partijen kunnen een ander vergoedingspercentage voor de aannemer afspreken
of
dat op 0 % stellen en dat in de overeenkomst vastleggen.
Nog een paar spelregels over stelposten:
1. Als de aannemer de bedragen voor de stelposten noemt, moet er sprake
zijn
van reële bedragen.
2. Uit de omschrijving van de stelpost moet duidelijk blijken of alleen
de
aankoop wordt verrekend of dat ook de arbeid voor het in het werk aanbrengen
ten
laste van de stelpost wordt gebracht. Is dat niet duidelijk, dan kan door
de
aannemer alleen de aankoop, vermeerderd met de aannemersvergoeding worden
verrekend. De arbeid voor het in het werk aanbrengen wordt dan geacht in
de
aanneemsom begrepen te zijn.
3. Als alleen de aankoop met de stelpost wordt verrekend en de arbeid in
de
aanneemsom is begrepen wordt de arbeid niet verrekend. Uitzondering: als
de
opdrachtgever kiest voor een aankoop, waarvan het in het werk aanbrengen
veel
meer arbeidsuren kost dan de aannemer had kunnen voorzien en de aannemer
de
opdrachtgever daar tevoren op heeft gewezen.
Het achteraf verrekenen van stelposten vormt voor de opdrachtgever een
element
van financiële onzekerheid. Probeer daarom het opnemen van stelposten in
de
aanneemsom te vermijden door zoveel mogelijk beslissingen te nemen vóór
het
tekenen van de overeenkomst. Beide partijen weten dan tevoren precies waar
ze
aan toe zijn en komen niet voor verrassingen te staan.
Klachten over het werk of over de voortgang
Als de opdrachtgever klachten heeft over het werk of over de voortgang
ervan, is
de aannemer verplicht daar snel en serieus op in te gaan. Dat staat in
artikel
13 van de AV.
Als de aannemer zijn verplichtingen om het werk te beginnen of voort te
zetten
niet nakomt, is in artikel 12 van de AV aangegeven welke stappen de
opdrachtgever kan nemen.
Stilleggen en opzeggen door de opdrachtgever
De opdrachtgever heeft het recht om het werk stil te leggen. Dit wordt
ook wel
het schorsen van het werk genoemd. Daar kunnen uiteenlopende redenen voor
zijn.
Hij kan de woning bijvoorbeeld verkopen en de aspirant-koper weet nog niet
of
hij belang heeft bij de verbouwing.
Als de opdrachtgever het werk stillegt zijn de gevolgen geregeld in
artikel 6
van de AV. Alle kosten moeten aan de aannemer worden vergoed. Leg het werk
dus
niet stil zonder goede redenen.
Als de opdrachtgever helemaal van de overeenkomst af wil, kan hij die opzeggen.
De gevolgen daarvan zijn geregeld in artikel 7 van de AV. Alle kosten en
de
gederfde winst over het niet voltooide deel van het werk moeten aan de
aannemer
worden vergoed.
De aannemer heeft geen recht op vergoeding van winst en kosten als de
stillegging of de opzegging aan hem te wijten is.
Oplevering
De oplevering van het werk is zowel voor de opdrachtgever als voor de aannemer
een heel belangrijk moment.
Het risico van het werk gaat op de dag van de oplevering over van de aannemer
op
de opdrachtgever en de serviceperiode gaat in.
Ook als in de overeenkomst een vaste opleveringsdatum is vastgelegd, kan
de
aannemer het werk eerder opleveren.
De gang van zaken bij de oplevering is vastgelegd in artikel 3 van de AV.
Eventuele tekortkomingen moeten worden opgeschreven. De opdrachtgever
kan zich
laten bijstaan door een bouwkundige, bijvoorbeeld van de `vereniging eigen
huis'.
De aannemer moet aangeven welke klachten hij erkent en welke niet. De erkende
klachten moeten binnen 15 werkbare werkdagen worden opgelost.
Relatief kleine tekortkomingen aan het werk, die snel kunnen worden opgelost,
zijn meestal geen reden om de oplevering te weigeren.
Na de oplevering volgt een serviceperiode van 3 maanden. Dit is in artikel
4 van
de AV geregeld.
Na de serviceperiode blijft de aannemer nog 5 jaar aansprakelijk voor
tekortkomingen die niet eerder ontdekt hadden kunnen worden. Gaat het om
ernstige constructieve tekortkomingen aan het werk dan is die termijn 20
jaar.
De volledige regeling is te vinden in artikel 5 van de AV.
Betalingen
De opdrachtgever moet de termijnrekeningen van de aannemer binnen 2 weken
en de
eindafrekening binnen 4 weken na ontvangst van de factuur betalen. Gebeurt
dat
niet, dan mag de aannemer de wettelijke rente in rekening brengen. Blijft
betaling uit, dan kan de aannemer na aanmaning en aankondiging het werk
stilleggen. De regelingen hierover zijn vastgelegd in de artikelen 9 en
11 van
de AV.
Opschorting van betaling
De opdrachtgever heeft volgens artikel 10 van de AV het recht om betalingen
ter
hoogte van een redelijk bedrag op te schorten als het werk niet goed is
uitgevoerd. Dat recht heeft hij ook als vaststaat dat het werk niet of
niet goed
zal worden uitgevoerd. Te denken valt aan een dreigend faillissement van
de
aannemer.
Geschillen
Zelfs als er goede afspraken zijn gemaakt, kan toch een meningsverschil
ontstaan, bijvoorbeeld over de kwaliteit, de betalingen of de bouwtijd.
Het is verstandig om te proberen meningsverschillen in overleg op te lossen,
maar soms lukt dat niet. Dan is er een geschil dat volgens artikel 14 van
de AV
kan worden voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in
Nederland.
Omdat de kosten en risico's van zo'n procedure vaak aanzienlijk zijn, is
het
verstandig eerst juridisch advies in te winnen.
Bouwgarantie van de Stichting BouwGarant
De Verbouwingsovereenkomst 1998 en de Algemene Voorwaarden voor Verbouwingen
1998 zijn voorwaarden die door de Stichting BouwGarant worden geaccepteerd
voor
alle verbouwingen die door de Stichting BouwGarant worden gegarandeerd.
De garantie van de Stichting BouwGarant biedt uitkomst in de volgende
gevallen:
1. bij faillissement van de aannemer worden de extra kosten voor afbouw
vergoed tot maximaal 15% van de oorspronkelijke aanneemsom met een maximum
van € 22.689,- excl. BTW.
2. bij gebreken na de oplevering worden de kosten voor herstel vergoed
tot maximaal 15% van de oorspronkelijke aanneemsom met een maximum van
€ 22.689,- excl. BTW.
3. bij klachten over de kwaliteit van de constructie worden de kosten voor herstel vergoed tot maximaal 15% van de oorspronkelijke aanneemsom met een maximum van € 22.689,- excl. BTW.
Meer informatie over de garantieregeling en de kosten die daarmee gemoeid
zijn
kan uw aannemer u verstrekken, als hij deelnemer is in de stichting. Ook
kunt u
zich wenden tot de Stichting BouwGarant, Postbus 492, 2800 AL Gouda.
Telefoon 0182 – 69 37 00.
Uitsluitend aannemers die deelnemer zijn in de Stichting BouwGarant kunnen
werken onder garantie van de Stichting BouwGarant laten uitvoeren.
Bij het sluiten van de overeenkomst moet de opdrachtgever aangeven of hij
van
deze garantieregeling gebruik wil maken. Als de opdrachtgever gebruik wil
maken
van de garantieregeling dient hij het door de aannemer aan hem verstrekte
aanvraagformulier op te sturen naar de Stichting BouwGarant. De kosten
voor de
garantieregeling worden door de aannemer bij de opdrachtgever in rekening
gebracht. De garantie gaat in nadat het werk door de Stichting BouwGarant
is
geaccepteerd ten bewijze waarvan de opdrachtgever in het bezit wordt gesteld
van
een garantiecertificaat. Dit certificaat wordt door de Stichting BouwGarant
binnen 48 uur na ontvangst van het aanvraagformulier aan de opdrachtgever
toegezonden.
Van belang is dat niet met het werk mag worden begonnen voordat de opdrachtgever
het garantiecertificaat heeft ontvangen. Is al eerder met het werk begonnen,
dan
verliest de opdrachtgever het recht op garantie.
De garantie geldt voor werken met een maximale bouwsom inclusief meerwerk
van
€ 226.890,- excl. BTW. Indien duidelijk wordt dat de maximale som zal worden
overschreden dient het meerdere opnieuw te worden aangemeld bij de Stichting
BouwGarant. Ook voor het meerdere geldt dat dit eerst moet zijn geaccepteerd
door de Stichting BouwGarant alvorens met de uitvoering kan worden begonnen.
In de Algemene Voorwaarden voor verbouwingen is een bepaling opgenomen
die de
opdrachtgever het recht geeft te bedingen om gedurende de onderhoudsperiode
een
nader af te spreken percentage van de aanneemsom in te houden. Indien gebruik
wordt gemaakt van de garantieregeling van de Stichting BouwGarant is dat
een
bruikbaar alternatief voor zo'n inhouding







