Ernst, Bobbie en de flop
Door ELLEN DEN HOLLANDER, 19 juni 2006.
Filmbeleggingen hebben een slecht imago; een gedragscode moet daarom voortaan de risico’s beperken.
Investeren in een film, dat zou moeten ruiken naar pret en glamour. De prettige kanten: met een beetje mazzel lokt de film veel kijkers naar de bios zodat je een aardig rendement opstrijkt. Het sexy extraatje is de première. Dan mogen geldschieters vaak naast de filmsterren paraderen op de rode loper.
Op dit moment zijn er twee Nederlandse film-cv’s (commanditaire vennootschappen): Alles is liefde met Wendy van Dijk, Paul de Leeuw en Kim en Kees van Kooten, en de kinderfilm Ernst, Bobbie en de geslepen onix.
Beleggen in film is sinds dit jaar extra fiscaal aantrekkelijk. De Belastingdienst rekent de investering namelijk als een aftrekpost. Door die aftrekbaarheid ontvangen beleggers een gegarandeerd rendement op hun investering. Het idee erachter: goed voor de vaderlandse filmindustrie die een impuls krijgt en goed voor de portemonnee van de belegger.
Nadeel is wel dat film-cv’s een beroerd imago hebben. Vooral het mislukken van het tweede deel van Soldaat van Oranje en het megaproject Ocean Warrior zorgden voor heibel. De films werden niet gemaakt en de investeerders bleven met lege handen achter.
Stap er niet in, adviseert daarom jurist Sanne van den Elst van Jongbloed Fiscaal Juristen, ondanks het fiscale voordeel. ,,Het loopt zelden goed af. Als zo’n film een blockbuster wordt, dan gaat het prima, maar de meeste films draaien niet goed. Ik zou er zelf mijn geld niet in steken.’’
Wie zijn vingers er ook niet aan brandt, is Henri Lantsheer, directeur van de Stichting CV In Nood. ,,Hiermee steunt de belastingbetaler de filmindustrie. Dat vind ik best als het gaat om documentaires die een klein publiek trekken, maar dit is een puur commerciële business.’’
Het rendement is ‘ver weg’, stelt Lantsheer. ,,Ik moet zeggen dat de prospectussen van de twee films vrij goed zijn opgezet. Zo is er een verzekering, de completion bond, maar die betaalt niet altijd uit. Als je de pech hebt dat een film niet wordt gemaakt, dan krijg je ook de aftrek niet.’’ Kortom: je moet het gewoon leuk vinden om te investeren in film. ,,Negentig procent van de films brengt niets op.’’
Jammer, die belabberde reputatie, en niet terecht, vindt Andries de Boer, directeur van Waarde Vastgoed Holland, het bedrijf achter het film-cv van Alles is liefde. ,,De goeden lijden hier onder de kwaden.’’ Zelf is De Boer ook gedupeerd door de Soldaat-ramp. Toch gaat hij door, want het kan volgens hem wel, geld verdienen aan films. Het is wel goed om kritisch te zijn. ,,Maar als de constructie financieel deugdelijk is, dan kun je zulke teleurstellingen voorkomen. Van de zeventien films die ik heb gedaan, van Volle Maan tot Minoes, is er maar één geflopt.’’
Inmiddels liggen er fatsoensregels die verstandige filmproducenten als richtsnoer gebruiken. Vooral de financiële risico’s zijn kleiner als de betrokken partijen zich aan de code houden. ,,Als je je aan die nieuwe gedragscode houdt, dan zijn de risico’s die in het verleden voor mislukkingen hebben gezorgd, uitgesloten,’’ aldus Denis Wigman, producent van de Ernst en Bobbie-films. ,,Zo wordt er geen euro uitgegeven voordat zeker is dat de film ook wordt gemaakt.’’
Over belangstelling hoeft Wigman niet te klagen. Het aantal reserveringen heeft het aantal participaties ruim overschreden, meldt de filmproducent tevreden. ,,Die film komt er.’’










