print sitemap zoeken disclaimer contact

Belastingverdragen

terug

Belastingverdrag Bermuda

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot natuurlijke personen;

Londen, 8 juni 2009

B. TEKST

De Engelse tekst van het Verdrag is geplaatst in Trb. 2009, 109.

C. VERTALING


Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot natuurlijke personen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van Bermuda (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland),

Geleid door de wens het Verdrag inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen, heden op 8 juni 2009 te Londen gesloten, aan te vullen door het sluiten van een Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting van natuurlijke personen met betrekking tot belastingen naar het inkomen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 1 Natuurlijke personen op wie het Verdrag van toepassing is

Dit Verdrag is van toepassing op natuurlijke personen die inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende partijen.

Artikel 2 Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
  • 1. Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een partij of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan.

  • 2. De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn met name:

    • a. in Nederland:

      • de inkomstenbelasting;

      • de loonbelasting;

    • b. in Bermuda:

      • elke belasting geheven door Bermuda die in wezen gelijk is aan de bestaande belastingen van Nederland waarop dit Verdrag van toepasssing is, met uitzondering van de „payroll tax”;

  • 3. Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de partijen doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun belastingwetgevingen zijn aangebracht.

HOOFDSTUK II BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 3 Algemene begripsbepalingen
  • 1. Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:

    • a. betekent de uitdrukking „verdragsluitende partij” Nederland of Bermuda, al naargelang de context vereist; betekent de uitdrukking „verdragsluitende partijen” Nederland en Bermuda;

    • b. betekent de uitdrukking „Bermuda” de eilanden van Bermuda, met inbegrip van de omringende territoriale zee, in overeenstemming met het internationale recht;

    • c. betekent de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht heeft of soevereine rechten uitoefent;

    • d. betekent de uitdrukking „het internationale verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in een verdragsluitende partij is gelegen, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere verdragsluitende partij zijn gelegen;

    • e. heeft de uitdrukking „onderneming” betrekking op het uitoefenen van een bedrijf;

    • f. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:

      • i. in Nederland de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;

      • ii. in het geval van Bermuda, de minister van Financiën of een bevoegde vertegenwoordiger van de minister;

  • 2. Wat betreft de toepassing van het Verdrag op enig moment door een partij heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat moment heeft volgens de wetgeving van die partij met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die partij aan die uitdrukking wordt gegeven.

Artikel 4 Inwoner
  • 1. Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „inwoner van een partij”:

    • a. in Nederland ter zake van natuurlijke personen, een natuurlijke persoon die, ingevolge de wetgeving van Nederland, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf of een andere soortgelijke omstandigheid. Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in Nederland slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in Nederland.

    • b. in Bermuda ter zake van natuurlijke personen die ingevolge de wetgeving van Bermuda gewoonlijk in Bermuda wonen.

  • 2. Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide partijen is, wordt zijn positie als volgt bepaald:

    • a. hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de partij waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide partijen een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende partij waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);

    • b. indien niet kan worden bepaald in welke partij hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van beide verdragsluitende partijen een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de partij waarin hij gewoonlijk verblijft;

    • c. indien hij in beide partijen of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende partij waarvan hij onderdaan is;

    • d. indien hij onderdaan is van beide partijen of van geen van beide, regelen de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming.

Artikel 5 Inkomsten uit dienstbetrekking
  • 1. Onder voorbehoud van de bepalingen van de artikelen 6, 7, 8 en 9, zijn salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende partij ter zake van een dienstbetrekking slechts in die partij belastbaar, tenzij de dienstbetrekking in de andere verdragsluitende partij wordt uitgeoefend. Indien de dienstbetrekking aldaar wordt uitgeoefend, mag de ter zake daarvan verkregen beloning in die andere partij worden belast.

  • 2. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid is de beloning verkregen door een inwoner van een verdragsluitende partij ter zake van een in de andere verdragsluitende partij uitgeoefende dienstbetrekking slechts in de eerstbedoelde partij belastbaar, indien:

    • a. de genieter in de andere partij verblijft gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het desbetreffende belastingjaar een totaal van 183 dagen niet te boven gaat of gaan, en

    • b. de beloning wordt betaald door of namens een werkgever die geen inwoner van de andere partij is, en

    • c. de beloning niet ten laste komt van een vaste bedrijfsinrichting die de werkgever heeft in de andere partij door middel waarvan de werkzaamheden geheel of gedeeltelijk worden uitgevoerd.

  • 3. Het tweede lid van dit artikel is niet van toepassing op beloningen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende partij ter zake van een in de andere verdragsluitende partij uitgeoefende dienstbetrekking die betaald worden door of namens een werkgever die geen inwoner is van die andere partij, indien:

    • a. de genieter uit hoofde van die dienstbetrekking diensten verricht voor een persoon niet zijnde de werkgever en die persoon, direct of indirect toezicht houdt op, aanwijzingen geeft voor of leiding geeft aan de wijze waarop de diensten worden verleend; en

    • b. deze diensten een integrerend onderdeel vormen van de door die persoon verrichte bedrijfsactiviteiten.

  • 4. Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel mag de beloning verkregen door een inwoner van een verdragsluitende partij ter zake van een dienstbetrekking uitgeoefend aan boord van een schip of een luchtvaartuig dat in het internationale verkeer wordt geëxploiteerd, belast worden in de partij waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

  • 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt de plaats van de werkelijke leiding van de huidige Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (KLM N.V.) geacht in Nederland te zijn gelegen, zolang Nederland de uitsluitende heffingsbevoegdheid heeft ter zake van KLM N.V. uit hoofde van het tussen Nederland en de Franse Republiek gesloten belastingverdrag.

Artikel 6 Directeursbeloningen
  • 1. Directeursbeloningen en andere beloningen verkregen door een inwoner van een verdragsluitende partij in zijn hoedanigheid van lid van de raad van beheer van een lichaam dat inwoner is van de andere verdragsluitende partij, mogen in die andere partij worden belast.

  • 2. Indien een lichaam inwoner is van Nederland, omvat de uitdrukking „lid van de raad van beheer” zowel een bestuurder als een commissaris. Onder de termen „bestuurder” en „commissaris” worden respectievelijk verstaan personen die zijn belast met de algemene leiding van het lichaam onderscheidenlijk met het toezicht daarop.

Artikel 7 Artiesten en sportbeoefenaars
  • 1. Niettegenstaande de bepalingen van artikel 5, mogen voordelen of inkomsten verkregen door een inwoner van een verdragsluitende partij als artiest, zoals een toneelspeler, een film-, radio- of televisie-artiest of een musicus, of als sportbeoefenaar, uit zijn persoonlijke werkzaamheden als zodanig die worden verricht in de andere verdragsluitende partij, worden belast in die andere partij.

  • 2. Indien voordelen of inkomsten ter zake van persoonlijke werkzaamheden die door een artiest of een sportbeoefenaar in die hoedanigheid worden verricht, niet aan de artiest of sportbeoefenaar zelf toekomen, maar aan een andere persoon, mogen die voordelen of inkomsten, niettegenstaande de bepalingen van artikel 5, worden belast in de verdragsluitende partij waarin de werkzaamheden van de artiest of sportbeoefenaar worden verricht.

  • 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op voordelen of inkomsten die worden verkregen door een inwoner van een verdragsluitende partij uit werkzaamheden die worden verricht in de andere verdragsluitende partij, indien het bezoek aan die andere partij geheel of grotendeels wordt bekostigd uit de openbare middelen van een of beide partijen, een staatkundig of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, of plaatsvindt in het kader van een culturele overeenkomst tussen de regeringen van de verdragsluitende partijen. In een zodanig geval zijn de voordelen of inkomsten slechts belastbaar in de partij waarvan de artiest of sportbeoefenaar inwoner is.

Artikel 8 Pensioenen, lijfrenten en socialezekerheidsuitkeringen
  • 1. Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 9, tweede lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een verdragsluitende partij alsmede lijfrenten betaald aan een inwoner van een verdragsluitende partij slechts in die partij belastbaar. Pensioenen en andere uitkeringen betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende partij aan een inwoner van de andere verdragsluitende partij zijn slechts in die andere partij belastbaar.

  • 2. Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid, mag een pensioen of andere soortgelijke beloning, een lijfrente of ieder pensioen en andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende partij ook worden belast in de verdragsluitende partij waaruit deze afkomstig is, overeenkomstig de wetgeving van die partij:

    • a. voor zover de aanspraak op dit pensioen of die andere soortgelijke beloning of lijfrente in de verdragsluitende partij, waaruit het pensioen of de andere soortgelijke beloning of lijfrente afkomstig is, van belasting is vrijgesteld, dan wel de met het pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen aan de pensioenregeling of verzekeringsmaatschappij, in het verleden bij het bepalen van het in die partij belastbare inkomen in aftrek zijn gebracht, dan wel anderszins in die partij in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale faciliëring; en

    • b. voor zover dit pensioen of deze andere soortgelijke beloning of lijfrente of dit pensioen of deze andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende partij in de verdragsluitende partij waarvan de genieter inwoner is, niet tegen het algemeen van toepassing zijnde belastingtarief voor inkomsten verkregen uit dienstbetrekking wordt belast dan wel het brutobedrag van dit pensioen of die andere soortgelijke beloning of lijfrente of uitkering voor minder dan 90 percent, in de belastingheffing wordt betrokken; en

    • c. indien het totale brutobedrag van de pensioenen en andere soortgelijke beloningen of lijfrenten en ieder pensioen en andere uitkering betaald krachtens de bepalingen van een socialezekerheidsstelsel van een verdragsluitende partij dat ingevolge de onderdelen a en b mag worden belast in de verdragsluitende partij waaruit het afkomstig is in enig kalenderjaar het totaalbedrag van 10.000 euro of het equivalent daarvan in de andere partij te boven gaat.

  • 3. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid, mag, indien dit pensioen of andere soortgelijke beloning geen periodiek karakter draagt, wordt uitbetaald in de andere verdragsluitende partij en wordt betaald vóór de datum waarop het pensioen ingaat, of indien in plaats van het recht op lijfrente vóór de datum waarop de lijfrente ingaat een afkoopsom wordt betaald, de betaling of deze afkoopsom ook in de verdragsluitende partij waaruit zij afkomstig is worden belast.

  • 4. Een pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente wordt geacht afkomstig te zijn uit een verdragsluitende partij voor zover de met dit pensioen of andere soortgelijke beloning of lijfrente samenhangende bijdragen of betalingen, dan wel de aanspraken op dit pensioen of deze andere soortgelijke beloning of lijfrente in die verdragsluitende partij in aanmerking zijn gekomen voor een fiscale faciliëring. De ingevolge dit artikel aan een verdragsluitende partij toegekende heffingsrechten worden op geen enkele wijze beperkt door de overdracht van een pensioen van een in die partij gevestigd pensioenfonds of aldaar gevestigde verzekeringsmaatschappij naar een in een andere partij gevestigd pensioenfonds of aldaar gevestigde verzekeringsmaatschappij.

  • 5. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen regelen in onderlinge overeenstemming de wijze van toepassing van het tweede lid.

    Zij beslissen tevens welke gegevens de inwoner van een verdragsluitende partij ten behoeve van de juiste toepassing van het Verdrag in de andere verdragsluitende partij moet overleggen, met name om te kunnen vaststellen of al dan niet voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in onderdelen a, b en c van het tweede lid.

  • 6. De uitdrukking „lijfrente” betekent een vaste som, periodiek betaalbaar op vaste tijdstippen, hetzij gedurende het leven, hetzij gedurende een vastgesteld of voor vaststelling vatbaar tijdvak, ingevolge een verbintenis tot het doen van betalingen, welke tegenover een voldoende en volledige tegenprestatie in geld of geldswaarde staat.

  • 7. Of en in hoeverre een pensioen of soortgelijke beloning onder dit artikel of onder artikel 18 valt, wordt bepaald door het karakter van de verleende diensten, zijnde particulier of overheid, gedurende welke de aanspraak op dat gedeelte van het pensioen of soortgelijke beloning werd opgebouwd.

Artikel 9 Overheidsfuncties
  • 1.

    • a. Salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen, betaald door een verdragsluitende partij of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan, aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die partij of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam, mogen in die partij worden belast.

    • b. Deze salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere verdragsluitende partij belastbaar, indien de diensten in die partij worden verricht en de natuurlijke persoon een inwoner is van die partij die:

      • i. onderdaan is van die partij; of

      • ii. niet uitsluitend voor het verrichten van de diensten inwoner van die partij werd.

  • 2.

    • a. Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid mogen pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald door, of uit fondsen in het leven geroepen door, een verdragsluitende partij of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten verleend aan die partij of dat onderdeel of dat publiekrechtelijke lichaam, in die partij worden belast.

    • b. Deze pensioenen en andere soortgelijke beloningen zijn echter slechts in de andere verdragsluitende partij belastbaar, indien de natuurlijke persoon inwoner en onderdaan is van die partij.

  • 3. De bepalingen van de artikelen 5, 6 en 7 zijn van toepassing op salarissen, lonen, pensioenen en andere soortgelijke beloningen ter zake van diensten verleend in het kader van een op winst gericht bedrijf, uitgeoefend door een verdragsluitende partij of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan.

Artikel 10 Studenten

Vergoedingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die inwoner is of onmiddellijk voorafgaande aan zijn bezoek aan een verdragsluitende partij inwoner was van de andere verdragsluitende partij en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de eerstbedoelde partij verblijft, ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die partij niet belastbaar, mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die partij.

HOOFDSTUK IV VERMIJDING VAN DUBBELE BELASTING

Artikel 11 Vermijding van dubbele belasting
  • 1. Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Bermuda mogen worden belast.

  • 2. Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 5, eerste, derde en vierde lid, van dit Verdrag in Bermuda mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland deze bestanddelen van het inkomen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Te dien einde worden bedoelde bestanddelen van het inkomen geacht te zijn begrepen in het bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.

  • 3. Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor de bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 6, eerste lid, artikel 7, eerste en tweede lid, en artikel 8, derde lid, van dit Verdrag in Bermuda mogen worden belast, in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze vermindering is gelijk aan de in Bermuda over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting, maar bedraagt, indien de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting daarin voorzien, niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld.

    Dit lid zal een tegemoetkoming nu of in de toekomst verleend uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting niet beperken, echter uitsluitend voor zover het de berekening van het bedrag van de vermindering van de Nederlandse belasting betreft met betrekking tot de som van inkomsten uit meer dan een land en de voortwenteling van de belasting betaald in Bermuda op bedoelde bestanddelen van het inkomen naar de volgende jaren.

  • 4. In Bermuda wordt dubbele belasting vermeden in overeenstemming met de wetgeving van Bermuda.

HOOFDSTUK V BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 12 Regeling voor onderling overleg
  • 1. Indien een natuurlijke persoon van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide verdragsluitende partijen voor hem leiden of zullen leiden tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit Verdrag, kan hij, ongeacht de rechtsmiddelen waarin de nationale wetgeving van die partijen voorziet, zijn geval voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende partij waarvan hij inwoner is. Het geval moet worden voorgelegd binnen drie jaar nadat de maatregel die leidt tot een belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het Verdrag, voor het eerst te zijner kennis is gebracht.

  • 2. De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende partij te regelen teneinde belastingheffing die niet in overeenstemming is met het Verdrag te vermijden. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd niettegenstaande de verjaringstermijnen in de nationale wetgeving van de verdragsluitende partijen.

  • 3. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van het Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen. Zij kunnen ook met elkaar overleg plegen teneinde dubbele belasting ongedaan te maken in gevallen die niet in het Verdrag zijn geregeld.

  • 4. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde overeenstemming als bedoeld in de voorgaande leden te bereiken.

  • 5. Wanneer moeilijkheden of twijfelpunten die zijn gerezen met betrekking tot de uitlegging of toepassing van het Verdrag niet binnen een periode van twee jaar nadat de vraag is gerezen opgelost kunnen worden door de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen in een procedure voor onderling overleg ingevolge de voorgaande leden van dit artikel, kan het geval op verzoek van een van de partijen, worden voorgelegd voor arbitrage, echter slechts nadat de procedures die beschikbaar zijn op grond van het eerste tot en met vierde lid van dit artikel volledig zijn uitgeput en mits de betrokken belastingplichtige of belastingplichtigen er schriftelijk mee instemt of instemmen te zijn gebonden door de beslissing van de arbitragecommissie. De beslissing van de arbitragecommissie in een bepaald geval is voor dat geval bindend voor beide partijen en de betrokken belastingplichtige of belastingplichtigen.

Artikel 13 Uitbreiding tot andere gebieden
  • 1. Dit Verdrag kan, hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en Aruba, of tot de Nederlandse Antillen of Aruba afzonderlijk, indien het desbetreffende land belastingen heft die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Een dergelijke uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.

  • 2. Tenzij anders overeengekomen, brengt de beëindiging van het Verdrag niet met zich mede, dat tevens de uitbreiding van het Verdrag tot enig land waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, wordt beëindigd.

Artikel 14 Inwerkingtreding
  • 1. Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag na de laatste dag waarop beide verdragsluitende partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden partijen grondwettelijk vereiste formaliteiten is voldaan.

  • 2. Onverminderd het eerste lid van dit artikel, treedt het Verdrag uitsluitend in werking indien het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken van kracht is voor zowel strafrechtelijke als civiele belastingzaken.

Artikel 15 Beëindiging
  • 1. Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van beide partijen wordt beëindigd. Elk van de partijen kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het verstrijken van een periode van drie jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag kennis te geven van de beëindiging. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.

  • 2. Onverminderd het eerste lid van dit artikel, wordt dit Verdrag zonder kennisgeving van beëindiging beëindigd op de datum van beëindiging van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door de onderscheiden partijen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Londen op 8 juni 2009, in de Engelse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

J. C. DE JAGER

Voor Bermuda

PAULA A. COX


D. PARLEMENT

Zie Trb. 2009, 109.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 2009, 109.

J. VERWIJZINGEN

Titel

:

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Bermuda (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen;

Londen, 8 juni 2009

Tekst

:

Trb. 2009, 108 (Engels)

Laatste Trb.

:

Trb. 2009, 231

Uitgegeven de tweeëntwintigste december 2009.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. VERHAGEN

Deel deze pagina

Laatste update op 06-08-2013
Artikel gemaakt op 06-08-2013
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Landendesk Belastingverdragen Belastingverdragen Bermuda

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap