Verplaatsen BV naar de Antillen
Doel
Deze checklist is bedoeld als hulpmiddel bij de keuze om de feitelijke
leiding van een vennootschap al dan niet naar de Nederlandse Antillen te
verplaatsen en bij de praktische uitwerking van een verplaatsingstraject.
Voor wie
Deze checklist is bedoeld voor de aandeelhouder / natuurlijk persoon (hierna:
de aandeelhouder) die op het punt staat een beleggingsportefeuille op te
bouwen in een vennootschap waarin hij direct een aanmerkelijk belang heeft
(hierna: de eigen vennootschap). Tevens is deze checklist geschikt voor
aandeelhouders die reeds in hun eigen vennootschap beleggen. Deze checklist
is niet zonder meer toepasbaar voor een Holding-BV met actieve werkmaatschappijen
en voor een beleggings-BV waarvan de aandelen door een vennootschap worden
gehouden.
Stappen
Stap 1: bepaal het financiële voordeel van de verplaatsing
Het besparen van belasting is doorgaans de belangrijkste reden om de feitelijke leiding van de vennootschap naar de Nederlandse Antillen te verplaatsen. Aan de hand van een voorbeeld kunt u in deze stap het hogere netto-rendement na verplaatsing berekenen.
Na verplaatsing is de vennootschap belastingplichtig op de Nederlandse Antillen. De belastingdruk op de Nederlandse Antillen bedraagt circa 2% (zie stap 7), terwijl het tarief van de Nederlandse vennootschapsbelasting gelijk is aan 34,5% (bij een winst boven € 22.689). Tegenover de lagere belastingdruk op de Nederlandse Antillen staan wel hogere kosten. Deze bestaan uit de éénmalige advieskosten van het verplaatsingstraject en de jaarlijkse kosten van de directievoering op de Nederlandse Antillen. Bovendien moet de vennootschap bij verplaatsing vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over eventuele stille reserves die anders pas bij vervreemding worden gerealiseerd (zie stap 5). Vanwege de éénmalige advieskosten en het vervroegen van de belastingheffing over de stille reserves geldt als vuistregel dat bij een belegbaar vermogen vanaf zo’n € 1.500.000 een verplaatsing interessant kan zijn.
Voorbeeld
Stel dat het enige bezit van een eigen vennootschap uit € 1.500.000 aan
liquide middelen bestaat. De BV belegt deze liquiditeiten na verplaatsing
naar de Nederlandse Antillen tegen een verwacht rendement van 6% per jaar.
Het verwachte netto-rendement in de BV is in het eerste jaar als volgt
globaal te berekenen:
Het bruto-rendement bedraagt € 90.000 (6% x € 1.500.000).
Hierover is op de Nederlandse Antillen circa € 1.500 belasting verschuldigd
(1,725% x € 90.000). Ingeval de directievoering bijvoorbeeld € 10.000 kost,
komt het netto-rendement uit op € 78.500.
Blijft de BV daarentegen in Nederland gevestigd, dan betaalt deze € 31.000
aan vennootschapsbelasting (34,5% x € 90.000). Het netto-rendement bedraagt
dan € 59.000.
Het voordeel van de verplaatsing komt in dit voorbeeld uit op € 19.500.
Aangezien in beide situaties aanmerkelijk belangheffing verschuldigd is,
laten wij deze in deze vergelijking buiten beschouwing.
Stap 2: maak een vergelijking met alternatieven
De verplaatsing van een vennootschap naar de Nederlandse Antillen is een van de alternatieven voor de structurering van belegbaar vermogen in een BV. Deze stap is bedoeld om de verschillen tussen de alternatieven inzichtelijk te maken.
Beleggen in Nederlandse BV
In de vorige stap is het verschil uitgewerkt tussen beleggen in eigen BV’s
die belastingplichtig zijn in Nederland dan wel in de Nederlandse Antillen.
Deze vergelijking wordt echter anders wanneer de BV over verrekenbare verliezen
beschikt. Omdat de BV vooralsnog toch geen vennootschapbelasting verschuldigd
is, kunt u dan beter met verplaatsing wachten tot dat het verlies is gecompenseerd.
Beleggen in privé na dividenduitkering
In plaats van de vennootschap te verplaatsen is het ook een alternatief
om het belegbaar vermogen als dividend uit te keren. Na afdracht van 25%
aan aanmerkelijk belangheffing kan de aandeelhouder 75% in privé beleggen.
Over de portefeuille is de aandeelhouder jaarlijks vermogensrendementsheffing
verschuldigd (Zie ook de checklist Beleggen in de BV of in privé: dividenduitkering).
Het verschil tussen beide alternatieven is als volgt globaal te berekenen:
Beleggen in verplaatste BV = Beleggen in privé na dividend
(Rendement -/- kosten) * (100%-/-25%) = (100-/-25%) * (Rendement -/- 1,2%)
De conclusie hieruit is dat zo lang de additionele kosten van verplaatsing (de eenmalige advieskosten van het verplaatsingstraject en de jaarlijkse kosten van de directievoering) lager zijn dan 1,2%, het dus aantrekkelijker om de vennootschap te verplaatsen. Daarnaast heeft het verplaatsen van de BV als bijkomend voordeel dat nog niet hoeft te worden afgerekend voor de aanmerkelijk belangheffing.
Beleggen in privé na geldlening
Een ander alternatief is dat de vennootschap aan de aandeelhouder een geldlening
verstrekt waarmee deze in privé een effectenportefeuille opbouwt. De schuld
vermindert de grondslag in box III waardoor per saldo alleen over het rendement
vermogensrendementsheffing verschuldigd is.Wel dient de aandeelhouder aan
zijn BV een zakelijke rente te betalen. Deze rente is in privé niet aftrekbaar,
terwijl deze in de vennootschap belast is tegen circa 50% (vennootschapsbelasting
plus aanmerkelijk belangheffing). Het break-even-punt is aan de hand van
de volgende vereenvoudigde formule te berekenen:
Beleggen in verplaatste BV = Beleggen in privé na geldlening
(Rendement -/- kosten) * (100%-/-25%) = Rendement -/- rente * (100%-50%)
75% * Rendement -/- Rendement = -/- 50% * rente
25% Rendement = 50% Rente
Rendement = 2 * Rente
Pas wanneer het rendement twee maal zo hoog is als een zakelijke rente,
wordt het aantrekkelijk om te kiezen voor de geldleningvariant (de kosten
van de verplaatsing eenvoudigheidshalve buiten beschouwing latend). Uitgaande
van cijfers uit het verleden ter zake historische rendementen zal dit alleen
het geval zijn bij een portefeuille die (vrijwel) volledig uit aandelen
bestaat. De vraag die dan vervolgens opkomt is of de aandeelhouder bereid
is om het hoge risico van een volledige aandelenbelegging te combineren
met het hoge risico van de geldleningvariant.
Stap 3: ga na of de aandeelhouder bereid is om de directe zeggenschap
uit handen te geven
De vestigingsplaats en daarmee het land waar de BV belastingplichtig is, worden bepaald door de plek waar de activiteiten van de BV plaatsvinden. Dit wordt de “substance” genoemd. Wanneer de aandeelhouder niet op de Nederlandse Antillen woont, zal hij de directe zeggenschap over zijn vermogen dienen op te geven. Voordat u een verplaatsingstraject opstart, is het derhalve aan te raden om met de aandeelhouder goed door te spreken wat dit feitelijk voor hem betekent en of hij hiertoe wel bereid is.
Directievoering
De feitelijke vestigingsplaats van een BV wordt in eerste instantie bepaald
door het land waar de directie gevestigd is. Wil de BV op de Nederlandse
Antillen gevestigd zijn, dan dient een directeur te worden benoemd die
ingezetene is van de Nederlandse Antillen. Vaak is dit het trustkantoor
verbonden aan de bank waar de portefeuille wordt aangehouden. Hoewel in
de praktijk de communicatie tussen de Antilliaanse directie en de Nederlandse
aandeelhouder doorgaans soepel verloopt, geldt een Antilliaanse directeur
toch vaak als een belangrijke belemmering voor een verplaatsing.
Vermogensbeheer
Ondanks een Antilliaanse directievoerder bestaat de mogelijkheid dat de
Nederlandse fiscus zal stellen dat de BV in Nederland gevestigd is. Dit
is met name het geval wanneer de aandeelhouder, woonachtig in Nederland,
het beleggingsbeleid blijft bepalen doordat hij elke aan- en verkoop van
effecten moet goedkeuren. Om dit risico weg te nemen, moet de portefeuille
op basis van discretionair vermogensbeheer belegd worden. Dit betekent
dat de vermogensbeheerder binnen een afgesproken kader zelfstandig de effectentransacties
verricht. Pas achteraf legt hij hierover verantwoording af aan de directie
die dit vervolgens aan de aandeelhouder communiceert. Het is overigens
niet noodzakelijk dat de vermogensbeheerder op de Nederlandse Antillen
gevestigd is. Voldoende is dat de vermogensbeheerder niet rechtstreeks
contact heeft met de aandeelhouder.
Stap 4: stort een eventuele pensioenverplichting af
Is het besluit tot verplaatsing genomen, dan begint het feitelijke verplaatsingstraject. Vaak dient u als eerste stap een oplossing te vinden voor het in eigen beheer opgebouwde pensioen. Indien de pensioenverplichting mee wordt verplaatst, treden namelijk fiscale sancties op. Woont de aandeelhouder/pensioengerechtigde in Nederland, dan wordt de verplaatsing op grond van art. 19b Wet op de loonbelasting (Wet LB) beschouwd als het afkopen van pensioen. Over de gehele pensioenaanspraak is dan loonbelasting verschuldigd. Voor in het buitenland wonende pensioengerechtigde gelden vergelijkbare sancties. Om deze sancties te vermijden kunt u beter voorafgaand aan de verplaatsing het pensioen afstorten bij een Nederlandse verzekeringsmaatschappij. Ook is het mogelijk om het pensioen in eigen beheer te houden door het onder te brengen in een eigen BV die in Nederland gevestigd blijft.
Stap 5: doe aangifte vennootschapsbelasting
Door de verplaatsing eindigt de Nederlandse belastingplicht van de BV. Op grond van art. 15c, lid 1 Wet op de vennootschapsbelasting (Wet Vpb) wordt de BV op het tijdstip onmiddellijk voorafgaand aan het verplaatsingsmoment geacht alle activa en passiva vervreemd te hebben tegen de werkelijke waarden. Hierdoor wordt vennootschapsbelasting geheven over de stille reserves, bestaande uit het verschil tussen de werkelijke waarden en de boekwaarden, en de winst van het lopende boekjaar. Om deze winst vast te stellen dient u een balans en een winst- en verliesrekening tot datum van de verplaatsing op te stelen.
Stap 6: verricht de benodigde verplaatsingshandelingen
In een verplaatsingstraject dienen de banden met Nederland zo veel mogelijk te worden doorgesneden, terwijl u op de Nederlandse Antillen zo veel mogelijk substance dient te creëren. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste zaken die u in dit verband dient te regelen.
- Organiseren van een (bijzondere) aandeelhoudersvergadering in Nederland waarin tot verplaatsing wordt besloten;
- Vastlegging van het besluit tot verplaatsing in de notulen van deze aandeelhoudersvergadering;
- Vastlegging van het ontslag van de Nederlandse directie in deze notulen;
- Vastlegging van de benoeming van de nieuwe op de Nederlandse Antillen gevestigde directie in deze notulen;
- Opstellen van aanstellingsbrief voor de nieuwe directie met taakomschrijving en een beschrijving van het algemene kader voor het vermogensbeheer (zie stap 3);
- Opening van het kantoor op de Nederlandse Antillen (doorgaans is dit het kantoor van de trustmaatschappij die de directie gaat voeren);
- Verstrekken van recente jaarrekeningen, statuten, kopie van alle lopende contracten, uittreksels uit het handelsregister en het originele aandeelhoudersregister aan de nieuwe directie;
- Informeren van de belastingdienst in Nederland over de verplaatsing van de feitelijke leiding naar de Nederlandse Antillen en het doen van de laatste aangifte vennootschapsbelasting (zie stap 5);
- Sluiten van bank- en effectenrekeningen in Nederland en deze op de Nederlandse Antillen openen; - Benoemen van een vermogensbeheerder;
- Wijziging van de inschrijving in het handelsregister in Nederland;
- Inschrijving in het handelsregister in de Nederlandse Antillen;
- Aanvragen stamnummer bij de belastingdienst in de Nederlandse Antillen;
- Aanvragen van vestigings-, directie- en deviezenvergunningen in de Nederlandse Antillen.
Doorgaans worden bovenstaande handelingen deels door de Nederlandse belastingadviseur en deels door de Antilliaanse directievoerder uitgevoerd. Het is zaak goed af te stemmen wie wat doet.
Stap 7: richt een Nederlands-Antilliaanse BV op
In de vennootschapsbelasting van de Nederlandse Antillen is een vrijstelling opgenomen voor beleggings-BV’s. Om van deze vrijstelling gebruik te kunnen maken, dient de verplaatste BV een dochtervennootschap op te richten. Hierna volgt een beschrijving van de Antilliaanse structuur. Aan een vrijgestelde vennootschap zijn de volgende voorwaarden verbonden:
- Zowel statutair als feitelijk mogen de werkzaamheden van een vrijgestelde vennootschap uitsluitend bestaan uit de beleggingen in effecten en deposito’s en het verstrekken van kredieten.
- Het bestuur van de vennootschap moet een register bijhouden van alle
aandeelhouders die direct of indirect meer dan 10% van de aandelen bezitten.
Het bestuur moet bestaan uit één of meer ingezetenen van de Nederlandse Antillen. Vaak zal de directie worden gevoerd door een op de Nederlandse Antillen gevestigd, gecertificeerd trustbedrijf. - De controle en de goedkeuring van de jaarrekening dienen plaats te vinden door een onafhankelijke deskundige.
- De vennootschap is een naar Nederlands Antilliaans-recht opgerichte Besloten Vennootschap (hierna: NABV). De verplaatste, naar Nederlands recht opgerichte BV komt dus niet in aanmerking voor het regime van de vrijgestelde vennootschap. Om echter toch van de vrijstelling gebruik te maken, kan de verplaatste vennootschap een NABV oprichten en in deze dochtervennootschap vervolgens de beleggingsportefeuille aanhouden. De NABV kwalificeert voor de verplaatste BV als een deelneming waarop de deelnemingsvrijstelling uit de Nederlands Antilliaanse vennootschapsbelasting van toepassing is. Deze deelnemingsvrijstelling stelt 95% van de voordelen uit een NABV vrij van belastingheffing. De resterende 5% is vervolgens wel belast tegen het reguliere vennootschapsbelastingtarief van 34,5%. Aangezien de NABV geen belasting is verschuldigd, komt deze structuur neer op een totale belastingdruk van 1,725% op het rendement van de portefeuille (34,5% x 5%).
Stap 8: geef jaarlijks forfaitair rendement in box II aan
Ondanks de verplaatsing blijft de aandeelhouder een aanmerkelijk belang in de vennootschap houden. De verplaatste BV geldt na verplaatsing als een buitenlandse beleggings-BV wat betekent dat de aandeelhouder jaarlijks een bijtelling in box II dient aan te geven.
Net als box III kent ook box II een forfaitair-rendementsregeling. Op grond van artikel 4.13, lid 1, onderdeel a in combinatie met artikel 4.14 Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) behoort tot de reguliere voordelen uit aanmerkelijk belang het forfaitair voordeel uit een buitenlandse beleggings-BV. Van een buitenlandse beleggings-BV is sprake wanneer de bezittingen grotendeels (dit is meer dan 50%) uit beleggingen, inclusief liquide middelen, bestaan.
Het forfaitaire voordeel bestaat uit een bijtelling in box II ter grootte van 4% van de waarde van de aandelen van de verplaatste BV. In tegenstelling tot box III wordt voor de waardebepaling niet uitgegaan van een gemiddeld rendement, maar van de waarde aan het begin van het jaar. Deze bijtelling wordt belast tegen het box II-tarief van 25%, zodat de aandeelhouder rekening dient te houden met een belastingdruk van 1% in privé. Op de bijtelling worden overigens ontvangen dividenden in mindering gebracht. In artikel 4.27, lid 1 Wet IB 2001 is voorts bepaald dat het forfaitair rendement de verkrijgingsprijs van de aandelen verhoogt. Bij een latere verkoop is dan minder aanmerkelijk belangheffing verschuldigd. Hierdoor is het forfaitaire rendement in box II te beschouwen als een regeling die belasting in de tijd naar voren haalt.
oktober 2004
mr. D.J.B. Jongbloed
Bron: eigen ervaring en zibb.nl










