VBI of buitenland route
Wij hebben een aantal vermogende directeuren groot aandeelhouders (DGA’s) met vrij beschikbare liquide middelen. Vaak wordt er dan gekozen voor vrijgestelde beleggingsinstellingen (VBI). Onze ervaring leert dat DGA’s die willen emigreren beter niet kunnen kiezen voor een VBI maar voor een buitenlandse structuur. De uiteindelijke keuze is maatwerk
Contactpersoon
Voor vragen kunt u contact opnemen met de heer mr. Dennis J.B. Jongbloed of de heer mr. drs. Sanne van den Elst.
De vrijgestelde beleggingsinstelling
De VBI (sinds augustus 2007) heeft als voordeel dat winsten in de BV niet meer worden belast tegen een VPB tarief van 20% of 25,5%. De voorwaarden (beleggingseis en meerdere aandeelhouders) is soms een nadeel. Zolang de DGA in Nederland woont worden de winsten belast in box 2 tegen een tarief van 25%. Tevens is de forfaitaire rendementsregel van toepassing.
Een VBI is een NV (naamloze vennootschap) of Fonds voor Gemene rekening. De voorwaarden zijn
- tenminste 2 aandeelhouders (grootste 90% van de aandelen);
- geen rechtstreekse beleggingen in onroerende zaken in Nederland;
- geen (onderhandse) vorderingen;
- geen onroerend goed, pensioenen of stamrechten op de balans;
- beleggen in aangewezen bankproducten
De VBI is vrijwel altijd financieel gunstiger dan beleggen in een normale BV of beleggen in privé.
Emigratie en DGA
Als de DGA met een VBI emigreert is sprake van buitenlandse belastingplicht. Nederland zal willen heffen over vervreemdingsvoordelen en de forfaitaire voordelen uit de VBI. Strikt formeel mag Nederland niet heffen over voordelen uit de VBI. Een VBI is immers geen inwoner op grond van het verdrag (vrijgestelde BV). Heffing op grond van artikel 10 van verdragen (dividend) en het restartikel zal meestal niet succesvol kunnen zijn. Vervreemdingsvoordelen zijn binnen 10 jaar na emigratie wel in Nederland belast, daarna niet meer. Aandachtspunt is dan wel dat het buitenland bij een verkoop ook geen (of minder) belasting gaat heffen over de verkoop van de VBI.
Onzekerheid VBI
Of Nederland over de forfaitaire voordelen mag heffen is thans onzeker, hierover is nog geen jurisprudentie en de overheid heeft hierover nog geen standpunt ingenomen.
Alternatief voor de VBI
In plaats van de VBI kan ook worden gekozen voor een rechtspersoon in een land met een laag VPB tarief (zoals Luxemburg, de Antillen of Singapore). Voordeel hiervan is dat Nederland in ieder geval niet over de forfaitaire voordelen mag heffen. Daarnaast mag de DGA gedurende de eerste 10 jaar geld lenen van de buitenlandse rechtspersoon, bij een VBI is dit niet zo. Bij een buitenlandse rechtspersoon is een tweede aandeelhouder niet nodig, dit kan een DGA ook als voordeel meenemen.
Belangrijk bij de buitenlandse structuur is dat de feitelijke leiding ook daadwerkelijk in het buitenland wordt uitgevoerd (substance). Voor een bemoei zuchtige DGA is deze route dus niet geschikt, anderzijds moet de DGA met een VBI ook een directie in Nederland zoeken als hij zou emigreren.
Alternatieve route voor buitenlandse structuur
Een ander alternatief voor de VBI is het uitzakken van het vermogen in een dochteronderneming in bijvoorbeeld Cyprus of Zwitserland. Het minimale tarief moet dan wel 10% zijn. Door deze structuur moet u 10% belastingheffing betalen over uw belegd vermogen (in plaats van 20% of 25,5%).










