HOOFDSTUK I Algemene bepalingen

Artikel 1

  1. Deze wet geldt bij de bepaling en de vaststelling van de waarde van in Nederland gelegen onroerende zaken ten behoeve van de heffing van belastingen door het Rijk, de gemeenten en de waterschappen
  2. Het college van burgemeester en wethouders is belast met de uitvoering van deze wet, tenzij de gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, hiermee is belast.
  3. Bij wet wordt geregeld in hoeverre de op de voet van de wet vastgestelde waarde van toepassing is voor de in het eerste lid bedoelde belastingen.

Artikel 2

In deze wet wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet waardering onroerende zaken;

b. Onze Minister: Onze Minister van Financiƫn;

c. afnemers: overheden die gebruik maken van de ingevolge de wet

vastgestelde waarden ten behoeve van de heffing van belastingen.

Artikel 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld betreffende de verrekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de wet.


 

Twitter Updates

follow me on Twitter

Volg ons op:

U bevindt zich hier : Advies WOZ De Wet WOZ H 1 algemeen