Omzetbelasting en Sporthal
De exploitatie van sportcomplexen vindt veelal plaats door gemeenten of door Stichtingen die in het leven zijn geroepen door gemeenten. Dit soort complexen hebben deels een maatschappelijk functie waardoor winst nastreven een bijzaak is. In dit artikel omschrijven wij de mogelijkheden om de omzetbelasting op een sporthal te verrekenen.
Contactpersoon
Voor vragen of opmerkingen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met de heer Arjan Hof FB. Hij heeft ervaring met deze materie en zal u graag verder helpen.
Toelichting
Bij de exploitatie van een Sporthal wordt vaak verlies gemaakt, dit verlies wordt gedragen door gemeenten c.q. de belastingbetaler. Daarbij worden vaak standaard keuzes gemaakt die logisch lijken maar het niet altijd zijn. Neem het voorbeeld van een sporthal met kantine. De eerste gedachte zal zijn dat de verhuur van de sporthal vrijgesteld is van Omzetbelasting (voor de liefhebber artikel 11 lid letter b van de Wet Omzetbelasting). De kantine maakt al of niet terecht gebruik van de zogenaamde kantineregeling.
De verhuur van een sporthal kun je ook zien als het gelegenheid geven tot sport beoefening. Daarvoor moet er wel sprake zijn van een sporthal waar attributen en toestellen aanwezig zijn. Er is dan 6% Omzetbelasting verschuldigd over de verhuur. Hier staat een Omzetbelasting aftrek over de kosten en investeringen tegenover van veelal 19%. Bij een laag of negatief exploitatie resultaat is het niet ingewikkeld om uit te rekenen dat de keuze voor Omzetbelasting voordeel kan opleveren. Dit wordt nog veel lucratiever wanneer er sprake is van nieuwbouw. De Omzetbelasting over de stichtingskosten is dan volledig aftrekbaar/ verrekenbaar. Dan hebben we het al snel over bedragen van enkele tonnen in euro’s.
Herzieningsregels
Wanneer je investeert in een bedrijfsmiddel dat bestemt is voor het gebruik bij belaste prestaties mag men de Omzetbelasting hierover in vooraftrek brengen. Als vervolgens binnen tien jaar het bedrijfsmiddel niet meer wordt gebruikt voor belaste prestaties wordt de in vooraftrek genomen omzetbelasting naar evenredigheid van het gebruik herzien.
Bovenstaande speelt met name bij verhuur van onroerende zaken en heeft een negatieve lading. Men moet immers BTW terugbetalen die men in het verleden ten onrechte heeft teruggevorderd. Waar vaak niet aan wordt gedacht is dat de herziening ook omgekeerd werkt. Neem het voorbeeld van de bovenstaande sporthal. Op het moment dat men kiest voor de variant van gelegenheid geven tot sport beoefening gaat de stichting of gemeente belaste prestaties verrichten. Wanneer de accommodatie op dat moment jonger is dan 10 jaar kun je alsnog de Omzetbelasting terugvragen over de stichtingskosten. Dit gebeurt evenredig naar het gebruik vanaf het moment van de keuze voor belaste prestaties. Jaarlijks kan men dan 1/10 deel van de Omzetbelasting over de stichtingskosten terugvragen tot dat de 10 jaar na het moment van in gebruik name zijn verstreken.
Let op
Wanneer men kiest voor belaste prestaties kun je dit doen met maximaal vijf jaar terugwerkende kracht. Voor de oude jaren moet een zogenaamd ambtshalve verzoek bij de belastingdienst worden ingediend.
De keuze voor belaste prestaties als hierboven genoemd is definitief. Men kan dus niet afhankelijk van het resultaat jaarlijks switchen.










