De procedure bij de Rechtbank

Algemeen

1.1 Van alle berichten aan de rechtbank dient tegelijkertijd een afschrift aan de wederpartij te worden gezonden. Uit het bericht moet blijken dat hieraan is voldaan.
1.2 Op alle berichten dient het zaaknummer en/of rekestnummer te worden vermeld.
1.3 Indien niet aan het voorgaande wordt voldaan, wordt het bericht teruggezonden en wordt op de inhoud geen acht geslagen, tenzij het een verweerschrift betreft.
1.4 Voorzover met een rolmededelingensysteem wordt gewerkt, worden rolmededelingen als schriftelijke mededelingen in de zin van dit reglement beschouwd.
1.5 Een werkdag is niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag (Algemene Termijnenwet).
naar boven

2. lndiening verzoekschrift (zie ook de art. 429d en 815 Rv)
2.1 Iedere werkdag kan een verzoekschrift met bijlagen in tweevoud ter griffie worden ingediend.
Convenanten dienen in drievoud te worden bijgevoegd.
Indien ten behoeve van de minderjarige kinderen gezags- of omgangsvoorzieningen moeten worden getroffen, dient een extra voor de Raad voor de Kinderbescherming bestemd exemplaar van het verzoekschrift te worden bijgevoegd.
2.2 Bij de indiening van het verzoekschrift moeten -worden overgelegd:
a. de in artikel 815 lid 2 onder a,c en e genoemde bescheiden, met dien verstande dat van de huwelijksakte en geboorteaktes(s) overlegging van een afschrift (en derhalve met een uittreksel) wordt verlangd;
b. bescheiden betreffende de gronden waarop de rechter ingevolge de EG-verordening 1347/2000 dd. 29 mei 2000 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke kinderen rechtsmacht heeft, met dien verstande dat
 
• indien belde partijen Nederlander zijn gba-uittreksels waarop de nationaliteit is vermeld of een bewijs van Nederlanderschap voldoende zijn;
• bij internationale scheidingen (een) gba-uittreksel(s) moet(en) worden overgelegd waarin de nationaliteit(en) zijn vermeld en waaruit de gewone verblijfplaats kan worden afgeleid;
- indien de verzoeker zich beroept op de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van zijn gewone verblijfplaats in Nederland dient in het gba-uittreksel tevens zijn verblijfsduur in Nederland te zijn vermeld,
- indien geen gba-registratie heeft plaatsgevonden dienen andere bewijsstukken ten aanzien van de nationaliteiten, de gewone verblijfplaats en de eventuele verblijfsduur te worden overgelegd. De genoegzaamheid daarvan staat ter beoordeling van de rechter. Alle bescheiden moeten zijn gedateerd en gewaarmerkt. Ingeval voorlopige voorzieningen zijn gevraagd, dient het zaaknummer van die procedure te worden vermeld.
De genoemde bescheiden mogen niet langer dan drie maanden voor indiening van het verzoekschrift zijn afgegeven. Indien naar een convenant wordt verwezen of opneming ten aanzien van de huwelijksgoederengemeenschap wordt gevraagd, dienen alle omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de bepaling van het toepasselijke recht in het verzoekschrift te worden vermeld en alle relevante bescheiden te worden overgelegd.
2.3 Zodra het verzoekschrift is ontvangen. wordt het ingeschreven. Tevens wordt een ontvangstbevestiging met vermelding van het zaaknummer aan de procureur van verzoeker gestuurd, waarbij eveneens wordt meegedeeld de in artikel 3.2. genoemde termijn waarbinnen het betekeningsexploit ter griffie moet zijn overgelegd,
Wanneer bij indiening van het verzoekschrift vermeldingen ontbreken of niet alle ingevolge artikel 1.2. over te leggen bescheiden ter griffie zijn binnengekomen, wordt dit bij voormelde ontvangstbevestiging tevens aangegeven. De ontbrekende vermeldingen of bescheiden moeten zo spoedig mogelijk. doch uiterlijk vóór afloop van de verweertermijn in één keer zijn toegevoegd. Bij gemeenschappelijke verzoeken is deze termijn vier weken.
Wanneer na afloop van bovengenoemde termijnen wordt geconstateerd dat verzoeker aan de verplichting van artikel 1.2. niet volledig heeft voldaan zonder dat daarvoor vóór afloop van genoemde termijnen schriftelijk klemmende redenen zijn aangevoerd. zal verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.
naar boven

3. Voorlopige voorzieningen (zie ook de art. 821 t/m 826 Rv en de art. 429f, 429h en 429k Rv)
3.1 Het verzoekschrift strekkende tot het treffen van voorlopige voorzieningen wordt in tweevoud ingediend. Bij binnenkomst ter griffie wordt het verzoekschrift geregistreerd en van een eigen zaaknummer voorzien.
3.2 Voorlopige voorzieningen dienen bij afzonderlijk verzoekschrift te worden gevraagd.
Indien voorlopige voorzieningen worden gevraagd,nadat al een echtscheidingsverzoek is ingediend, moet het zaaknummer van het echtscheidingsverzoek duidelijk zichtbaar boven het verzoek worden vermeld.
3.3 De oproep voor de behandeling van de voorlopige voorzieningen en het afschrift van het verzoekschrift voorlopige voorzieningen worden. Ingeval nog geen procureur bekend is, door de griffie aangetekend aan gerekwestreerde toegezonden.
naar boven

4. Betekeningsexploit (zie ook art. 816 Rv)
4. 1 Bij betekening moeten de volgende verweertermijnen, als bedoeld in artikel 816 lid 1 Rv, in acht worden genomen:
a. betekening binnen Nederland
a.1. bekende woon of verblijfplaats: tenminste 6 weken, te rekenen vanaf de dag van betekening; a.2. onbekende woon- of verblijfplaats: tenminste 3 maanden, te rekenen vanaf de dag van betekening:
b. betekening buiten Nederland wanneer de andere echtgenoot geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. maar wèl in het buitenland heeft: tenminste 3 maanden, te rekenen vanaf de dag waarop het exploit in het buitenland is uitgereikt of de volgens de plaatselijke regeling verplichte handelingen daartoe zijn verricht.
 
4.2 Het betekeningsexploit dient uiterlijk vier weken na de datum, waarop het verzoekschrift strekkende tot scheiding, werd ingeschreven, te worden overgelegd ter griffie.
Indien hieraan niet wordt voldaan, wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek, tenzij er sprake is van klemmende redenen die voor afloop van de termijn schriftelijk zijn medegedeeld.
4.3 Van betekening kan worden afgezien, wanneer degene, aan wie betekend zou moeten worden, heeft aangegeven, op de wijze zoals hierna onder artikel 4.5. beschreven, zich terzake - zonder dat behandeling ter zitting plaatsvindt - te refereren.
naar boven

5. Verweerschrift/referte (zie ook art. 429h en 816 Rv)
5.1 Indiening verweerschrift: Behoudens de hierna onder 4.4. genoemde uitzondering kan op ieder moment tot aan de afloop van de verweertermijn een verweerschrift worden ingediend.
Het verweerschrift met eventuele bijlagen wordt in tweevoud ingediend.
Indien bij zelfstandig verzoek gezags- of omgangsvoorzieningen ten behoeve van de minderjarige kinderen worden gevraagd, dient een extra voor de Raad voor de Kinderbescherming bestemd exemplaar van het verweerschrift te worden bijgevoegd.
Wanneer de draagkracht en/of de behoefte betwist wordt/worden, dienen bij het verweerschrift de bescheiden genoemd in artikel 6.3. te worden overgelegd.
5.2 Verzoek tot uitstel indiening verweerschrift: Een verzoek tot uitstel indiening verweerschrift dient binnen de in artikel 3. l. genoemde termijn schriftelijk te worden ingediend.
De procureur van de wederpartij kan desgewenst per omgaande doch uiterlijk binnen één week na datering van het uitstelverzoek schriftelijk reageren.
Op het uitstelverzoek wordt als volgt beslist:
- het eerste verzoek wordt altijd toegestaan voor een termijn van maximaal vier weken;
- ten aanzien van de volgende verzoeken geldt: zij moeten met redenen zijn omkleed;
 
de procureur van degene die uitstel verzoekt deelt daarbij mede of de wederpartij instemt; wanneer de wederpartij schriftelijk bezwaar maakt tegen het verzoek tot verlenging, zal het verzoek worden afgewezen. tenzij sprake is vanklemmende redenen. Bij toewijzing zal een termijn van maximaal vier weken worden gegeven; wanneer de wederpartij schriftelijk instemt met het verzoek. wordt het verzoek toegewezen, ook als de gevraagde termijn langer is dan vier weken, tenzij daardoor de procedure onredelijk wordt vertraagd als bedoeld in artikel 816 lid 5 Rv. Van onredelijke vertraging is in het algemeen sprake als sinds de inschrijving van het inleidend verzoekschrift één jaar is verstreken. Voorzover het gevraagde uitstel deze termijn van één jaar overschrijdt, wordt het afgewezen. Als voor afloop van deze termijn geen verweerschrift is ingediend, wordt de zaak als verstekzaak afgedaan.v 
De beslissing op een uitstelverzoek als hiervoor bedoeld, wordt schriftelijk aan partijen medegedeeld.
5.3 Indien een niet door een procureur vertegenwoordigde verweerder laat weten verweer te willen voeren, zal, onder terugzending van een zonder tussenkomst van een procureur ingezonden verweerschrift, worden geantwoord
• dat een verweerschrift alléén door tussenkomst van een procureur kan worden ingediend en
• dat een mondelinge behandeling uitsluitend plaats vindt na indiening van een verweerschrift.
5.4 Sanctie bij te laat ingediend verweerschrift:
Te laat ingediende verweerschriften zullen worden geweigerd tenzij:
a. verweerder een schriftelijke verklaring van de verzoekende partij overlegt, waaruit blijkt dat deze geen bezwaar heeft of
b. verweerder schriftelijk klemmende redenen aanvoert, die de te late indiening rechtvaardigen.
 
5.5 Referteverklaring. Tot aan de afloop van de verweertermijn kan een referteverklaring worden overgelegd.
De referteverklaring is een schriftelijke door gerekwestreerde ondertekende verklaring, opgesteld conform bijlage 2 bij dit reglement en geautoriseerd door een advocaat, waaruit genoegzaam blijkt dat gerekwestreerde kennis heeft genomen van het verzoekschrift, dat geen verweer zal worden gevoerd en dus ook wordt afgezien van een behandeling ter zitting. Indien tevens wordt afgezien van betekening van het verzoekschrift moet de referteverklaring zijn geautoriseerd door een andere advocaat dan die van verzoeker.
Een referteverklaring heeft tot gevolg dat vanaf het moment van ontvangst daarvan de verweertermijn niet verder afgewacht behoeft te worden, alvorens te kunnen beslissen op het ingediende verzoek tot scheiding en eventuele nevenverzoeken, zodat - indien de stukken overigens compleet worden bevonden - aanstonds een datum voor beschikking zal worden bepaald, zonder dat behandeling als bedoeld in artikel 818 Rv hoeft plaats te vinden, met uitzondering van een eventueel kinderverhoor.
Voor de indiening van een referteverklaring is geen griffierecht verschuldigd.
naar boven

6. Verweerschrift op zelfstandig verzoek (zie ook art. 429h lid 4 en 816 lid 4 Rv)
6.1 De hiervoor onder paragraaf 4 opgenomen bepalingen betreffende het verweerschrift gelden ook voor het verweerschrift op zelfstandig verzoek. met dien verstande dat als verweertermijn vier weken wordt aangehouden.
Het verweerschrift mag uitsluitend betrekking hebben op het (de) zelfstandig(e) verzoek(en).
naar boven

7. Behandeling ter zitting (zie ook art. 429f, 429g, 803 en 818 Rv)
7.1 Afzien van behandeling ter zitting: Wanneer zowel verzoeker als verweerder schriftelijk aan de rechter hebben laten weten af te zien van een behandeling ter zitting, blijft deze achterwege, tenzij de rechter termen aanwezig acht toch een behandeling ter zitting te gelasten.
7.2 Dagbepaling: Zodra de procedure zover is gevorderd dat in een zaak een behandeling ter zitting dient te worden bepaald. wordt een datum daarvoor vastgesteld.
Bij het bepalen van de zittingsdatum wordt uitgegaan van de navolgende oproepingstermijnen: in zaken waarin geen nadere informatie nodig is een oproepingstermijn van 4 tot 6 weken en in zaken waarin nadere informatie wordt gevraagd een oproepingstermijn van 6 tot 8 weken.
De oproeping voor de zitting en het opvragen van nog ontbrekende informatie zal geschieden per brief conform het model in bijlage 3 bij dit reglement.
7.3 Instructie: Wanneer de behoefte en of de draagkracht van partijen of één van hen betwist wordt/worden, dient tenminste de navolgende financiële informatie uiterlijk tien dagen vóór de zitting te zijn overgelegd:
a. van een werknemer de jaaropgaven over het vorige (of voorvorige) jaar en de laatste drie loonopgaven en/of uitkeringsspecificaties;
b. van een zelfstandige de laatste drie vastgestelde jaarrekeningen en over de tijd daarna de voorlopige cijfers, ook tussentijdse;
c. de laatste drie aangiften inkomsten- en vermogensbelasting indien bestaand, met de bijbehorende aanslagen;
d. een specificatie van de woonlasten met bewijsstukken;
e. bewijsstukken van de eventuele schuld(en) en opgave van de restantschuld(en) en restantlooptijd, alsmede opgave wanneer en waarvoor deze schuld(en) is (zijn) aangegaan;
f. een bewijsstuk van de premie ziektekostenverzekering alsmede opgave van de (eventuele) bijdrage van de werkgever daarin;
g. bewijsstukken van eventuele andere bijzondere kosten;
h. een draagkrachtberekening (over en weer) met alle daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorzover hiervoor nog niet vermeld;
i. bij kinderalimentatie een berekening van de draagkracht van een onderhoudsplichtige stiefouder.
 
In de oproepingsbrief worden de ontbrekende bescheiden aangegeven Deze brief dient -voorzoveel nodig- als bevel bedoeld in artikel 803 Rv.
De rechter kan besluiten op informatie die na de hierboven genoemde terrnijn is binnengekomen geen acht te slaan.
7.4 Verhinderdata De zittingsdatum zal worden vastgesteld zonder vooraf aan partijen verhinderdata op te vragen.
Partijen kunnen binnen tien dagen na verzending van de oproep schriftelijk uitstel van de eerste behandeling ter zitting vragen zulks onder gelijktijdige opgave van verhinderdagen van beide partijen voor een door de rechtbank te bepalen periode.
Een met inachtneming van vorenstaande regels gevraagd uitstel zal altijd worden verleend.
7.5 Inlichtingenlinformatie tijdens of na afloop van de behandeling ter zitting: Indien tijdens de behandeling ter zitting wordt geconstateerd, dat nog nadere informatie nodig is. kan de rechter:
• ofwel een nieuwe dag bepalen voor voortzetting van de behandeling ter zitting met daarbij een termijn waarbinnen de informatie moet worden verschaft en zonodig een termijn voor de wederpartij om op de verschafte informatie te reageren,
• ofwel een termijn bepalen waarbinnen de informatie moet worden verschaft en zonodig een termijn voor de wederpartij om op de verschafte informatie te reageren.
Deze termijnen zijn fataal in die zin, dat de rechter geen acht zal slaan op informatie of reacties die na afloop van de gestelde termijnen zijn binnengekomen. De te laat ingekomen informatie wordt teruggezonden.
7.6 Verzoeken om uitstel van de behandeling ter zitting: Op verzoeken om uitstel. die na afloop van de in artikel 6.4. genoemde termijn zijn ingediend. wordt als volgt beslist:
• wanneer de wederpartij bezwaar maakt, wordt het verzoek slechts toegewezen als degene die uitstel vraagt schriftelijk klemmende redenen aanvoert; bij inwilliging wordt in beginsel een uitstel van maximaal vier weken verleend, voorzover het zittingsrooster dit toelaat;
• wanneer de wederpartij schriftelijk instemt, wordt het verzoek toegewezen, tenzij daardoor de procedure onredelijk wordt vertraagd als bedoeld in artikel 818 lid 2 Rv. Van onredelijke vertraging is in het algemeen sprake als sinds de dag waarop de behandeling voor de eerste keer was bepaald één jaar is verlopen. Voorzover het gevraagde uitstel deze termijn overschrijdt, wordt het afgewezen.
De partij die uitstel vraagt, dient de verhinderdata van beide partijen op te geven voor een door de rechtbank te bepalen periode.
De beslissing op een uitstelverzoek als hiervoor bedoeld, wordt schriftelijk aan partijen medegedeeld.
naar boven

8. Minderjarigen: kinderverhoor:
8.1 Verhoor van minderjarige kinderen: In scheidingen waarin kinderen van 12 - 18 jaar zijn betrokken, worden deze in ieder geval opgeroepen voor verhoor wanneer een gezagsvoorziening wordt gevraagd. Deze oproep wordt ook gedaan
- indien partijen het eens zijn over de gevraagde gezagsvoorziening,
- indien reeds een schriftelijke verklaring van de betreffende kinderen is overgelegd.
 
naar boven

9. Uitspraak: (zie ook art. 429k Rv)
9.1 Termijn voor uitspraak is:
a. bij voorlopige voorzieningen: 2 weken na de datum waartegen behandeling is bepaald of - in het geval dat er geen behandeling is bepaald - 2 weken na de datum waarop duidelijk werd dat werd afgezien van behandeling;
b. bij verstekken, refertes en gemeenschappelijke verzoeken: 3 weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking;
c. bij zaken waarin verweer is gevoerd en waarbij is afgezien van behandeling ter zitting: 4 weken na het moment dat is geconstateerd dat de zaak gereed is voor beschikking;
d. bij zaken waarin verweer en waarbij een behandeling ter zitting heeft plaatsgevonden: 4 weken na de datum van de zitting of - indien toen nog een termijn voor overlegging van nadere informatie en een reactie daarop werd gegund - 4 weken na afloop van de laatstgenoemde termijn.
 
Zodra zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan te verwachten is dat de onder a. en d. genoemde termijnen niet worden gehaald, zal ter zitting een langere termijn worden bepaald.
Indien blijkt dat - om welke reden dan ook - de hiervoor vermelde uitspraaktermijnen toch niet gehaald worden, dient dat schriftelijk aan partijen medegedeeld te worden met vermelding van een nieuwe uitspraakdatum.
De hiervoor genoemde termijnen zijn bedoeld als maximumtermijnen.


Auteur(s) van de procedure


mr. D.J.B. Jongbloed Dennis).
Fiscaal Jurist, DGA

088 027 00 00
d.jongbloed@jongbloed.tv


Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Oldenzaalsestraat 125
7514 DP Enschede
, Overijssel

Meer over Jongbloed Fiscaal juristen

Twitter Updates

Volg ons op: