Bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing bij onroerendgoed-vennootschap

Op 11 december 2015 heeft de Rechtbank Den Haag in het kader van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij onroerendgoed-vennootschappen een interessant arrest gewezen.

De casus

De situatie was als volgt: erflater had 10% van de preferente aandelen in een B.V. (hierna "D B.V.") die een drankengroothandel exploiteerde en een belang in een onroerendgoed-vennootschap (hierna OG B.V.) die 12 panden in eigendom had. De in eigendom van OG B.V. zijnde panden werden allemaal verhuurd aan D B.V., die de panden op haar beurt weer verhuurt aan uitbaters. De erfgenamen doen voor de verkrijging van de aandelen in OG B.V. een verzoek om toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit zoals deze geldt voor de erfbelasting (art. 35b Successiewet 1956). De inspecteur wijst dit verzoek echter af omdat geen sprake zou zijn van activiteiten die het normaal vermogensbeheer overstijgen.

Oordeel Rechtbank Den Haag

De Rechtbank oordeelt dat in onderhavige casus de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing is en geeft hiervoor de volgende argumenten:

  1. Er wordt niet aannemelijk gemaakt dat het behaalde rendement hoger is dan het rendement dat doorgaans wordt behaald op ter belegging gehouden onroerend goed;
  2. Dat OG B.V. de panden verhuurde aan slechts één huurder (D B.V.) en niet aan verschillende horecaexploitanten;
  3. Het is niet aannemelijk dat erflater op gebied van verhuur in de horeca en zijn grote bemoeienis met de verhuur aan de afzonderlijke horeca-exploitanten kan worden toegedicht aan OG B.V. (maar aan D B.V. wordt toegerekend);
  4. Dat OG B.V. geen enkel risico loopt met betrekking tot de verhuur van de panden (dit komt voor risico van D B.V.);
  5. De panden van OG B.V. kunnen niet aan D B.V. toegerekend worden omdat er twee afzonderlijke belangen werden gehouden.

De door de Rechtbank gedane overwegingen laten weinig ruimte over. Echter, de bedrijfsopvolgingsfaciliteit had wellicht wel toegepast kunnen worden indien de structuur anders vormgegeven was. Door de preferente aandelen over te dragen aan OG B.V., zullen de argumenten onder 2 tot en met 5 afgezwakt worden / niet meer opgaan.

Conclusie

De kans is groot dat erflater nog niet bezig was met een eventuele bedrijfsoverdracht of zich niet bewust was van de fiscale gevolgen van een overlijden. Indien hij zich had laten voorlichten door een fiscaal jurist en een relatief eenvoudige herstructuring van de vennootschappen plaats had laten vinden, was de erfbelastingclaim waarschijnlijk lager uitgevallen. Achteraf is hier helaas weinig meer aan te veranderen. 

Bent u wel bezig met een eventuele bedrijfsoverdracht of benieuwd of de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in uw situatie optimaal benut wordt of kan worden, neem dan contact op met de auteur van dit artikel.


Meer weten van bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing bij onroerendgoed vennootschap



Auteur(s) van bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing bij onroerendgoed vennootschap


mr. R.A.M. Damhuis (Roy).
Fiscaal Jurist,

088 027 00 00
r.damhuis@jongbloed.tv




Jongbloed Fiscaal Juristen N.V.
Oldenzaalsestraat 125
7514 DP Enschede
, Overijssel

Meer over Jongbloed Fiscaal juristen

Kennisbank

Twitter Updates

Volg ons op: