Levensloop slecht voor werknemers
Levensloop en werknemers
De oude spaarloonregeling is voor de meeste werknemers gunstiger dan de nieuw in te voeren levensloopregeling. Waarom? Belastingvrij sparen uit bruto salaris zonder heffing over de uitkering.
De levensloopregeling is eigenlijk niet meer en niet minder dan sparen. Dit kan op diverse manieren:
- spaarrekening bij de bank;
- spaarloonregeling;
- levensloopregeling;
- verzekering (levensverzekering of lijfrente).
Op 1 doet u via uw netto salaris en optie 2 en 3 via uw brutosalaris.
Spaarloonregeling
Bij de spaarloonregeling is er een maximum van 613 euro per jaar, het gespaarde bedrag komt over 4 jaar vrij en is in die periode vrijgesteld van box 3 heffing. De dotatie wordt in mindering gebracht op uw bruto loon en hierover betaald u geen premies en belastingen. Bij de levensloopregeling moet u wel premies betalen !
Levensloopregeling
Het spaarbedrag wordt gestort op een spaarrekening bij een bank of verzekeraar. Over de opbouw moet u wel (werknemers) premie betalen. Het bedrag wat u heeft gespaard is in de toekomst belast met inkomstenbelasting (geen premies). De maximale dotatie is 12% van uw jaarsalaris, veelal hoger dan de spaarloonregeling derhalve.
Wat is beter voor de werknemer
Het sparen in prive is meestal de slechtste optie, edoch sparen is altijd verstandig. Op deze manier sparen gaat langzamer omdat u eerst belastingen en premies moet betalen en enkel het netto loon (dat u over heeft gehouden) kunt sparen.
Bij de spaarloonregeling hoeft u geen belastingen en premies te betalen over de uitkering, dit is bij de levensloopregeling niet zo. De levensloopregeling is dus op de keper gezien minder gunstig dan de spaarloonregeling. Als u een salaris heeft van zo'n € 2.500 bruto per maand en u een lage belasting gaat betalen over de uitkering is de levensloopregeling gunstig. Dit is mede afhankelijk van het rendement op de levensloopregeling en de looptijd, dit zult u begrijpen.
Voor het merendeel van de werknemers blijft echter de spaarloonregeling de beste optie. Als u de levensloopregeling kunt missen (12% van uw salaris) is dit best aardig voor verlof of een lange vakantie. Prive sparen is de minst voordelige maar meest flexibele vorm van sparen.
Conclusie
Voor de meeste werknemers blijft de spaarloonregeling de beste optie. Werkgevers zullen hier geen voorstander van zijn omdat de spaarloonregeling voor werkgevers duurder is dan de levensloopregeling. Ook verzekeringsadviseurs hebben meer belang bij de levensloopregeling. Al met al moet de werknemer dus sterk in zijn of haar schoenen staan en zelf blijven nadenken. Sterkte in de strijd !










